De kerkenraadsvergaderingen konden natuurlijk in de reguliere vorm al een tijdje niet doorgaan. Dan is Zoom, Skype of een programma van Google een uitkomst. Het zijn prachtige programma’s om elkaar ook in groepsverband te zien en te spreken. Wij kozen voor Jitsi.
Nou ja, ik zeg ‘wij’. Maar de eerste vergadering was ik er niet bij. Mijn collega nam de honneurs waar. Ik hoorde naderhand van meerdere kanten enthousiaste verhalen over de nieuwe manier van werken. Het was gestroomlijnd gegaan! De vergadering duurde zelfs ook niet langer dan anders.
De tweede vergadering was de beurt aan mij. We zouden van ons meest technische lid een link doorkrijgen. We hoefden er alleen maar op te drukken en we zouden met elkaar verbonden zijn. Om acht uur zouden we beginnen. Om drie minuten voor acht drukte ik op de link.
Ik zag de meeste anderen al zitten. Probleem: ik hoorde hen niet. Er kwamen allerlei ondefinieerbare geluiden uit de geluidsboxjes. Aanvankelijk dacht ik dat het bij het opstarten hoorde. Maar toen het probleem na aanvangstijdstip aan bleef houden en ik de voorzitter al onrustig zag zitten schuifelen op haar stoel, ging ik vermoeden dat er iets mis was.
Toen ik om vijf over acht een kerkrentmeester zijn telefoon zag grijpen (ik had nog steeds geen normaal geluid), wist ik dat hij mij belde. Maar de huistelefoon ging niet over. Ondertussen zag ik dat ook andere deelnemers wat ongeduldig werden. Toen zelf maar de voorzitter gebeld. Ik bleek inderdaad het probleem. En de kerkrentmeester had me op mijn mobiele gebeld, maar die had ik niet in de buurt.
Ik kreeg de kerkrentmeester uiteindelijk om 20:10 uur te pakken. Hij raadde me aan om in plaats van de laptop de smartphone te gebruiken. Maar toen ik had neergelegd, bleek dat je daarvoor een app moest installeren. Ook dat nog! Ik kon een langzaam opgekomen gevoel van paniek nu niet meer onderdrukken.
Om 20:16 uur had ik verbinding. Die avond waren we later klaar dan anders. ‘Videovergaderen’ wordt niet mijn favoriete woord.


