Toen wij onze handen over ons hart streken
weet je nog hoe het klopte, hoe onze helften
eensklaps weer waar waren, woorden bij kaarslicht
hoe wij vertaald en gespeld in oud vlees lagen
adem ons ophief, strovuur ons aanstak
als rook hing geluk om ons heen, buiten
de kleine kou van het najaar, wij waren tevreden
zo liggend in wat wij bezaten, het ogenblik
dat ons omarmde, viel toen de tijd in
men hoort nog het tikken achter het witsel, lege
langzaam vallende zwarte beschimmelde druppels -

