Gelovigen zijn inmiddels wel gewend aan het groeiende wantrouwen jegens religie. Sterker, lange tijd kon ik me wel vinden in dit soort kritiek. Er is veel mis met religie. En gelovigen moeten tegen een stootje kunnen. Maar ik merk dat zo langzamerhand het kind met het badwater wordt weggegooid.

Mijn irritatie daarover groeit. Over de opmerkingen van Schippers werd ik zelfs pissig. En bleef het. Daarom moet ik het toch even spuien. Er wordt van alles beweerd over religie. Ook baarlijke nonsens. Maar dat een minister een stuitend gebrek aan kennis in dit opzicht etaleert, gaat me net even te ver.

Ik zou zeggen: kom eens een keer in mijn kerk kijken. Daar zitten elke zondag mensen die zich heus niet van alles laten aanpraten. Het zijn mondige burgers. Maar ze zoeken naar inspiratie. Ze willen openstaan voor een stem die ons geweten aanspreekt. Die stem zoeken ze in dat boek dat u achterhaald vindt.

En die mensen doen er ook iets mee. Bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk in verpleeg- en buurthuizen. Want deze samenleving hebben ze hoog. Ze zetten zich in voor maatschappelijke samenhang die uw partij-ideologie eerst heeft afgebroken met de mentaliteit van ‘ieder voor zich en het Lot voor ons allen’.

Nu weet ik wel: Schippers richtte zich tegen mensen die de waarden van een vrije samenleving niet omarmen. Het punt is dat ze daar binnen mijn kerk ook zeker de handen voor op elkaar zal krijgen. Maar kent ze die mensen eigenlijk wel? En het zijn er in heel Nederland meer dan ze misschien denkt.

Religiekritiek: prima. Ik durf zelfs de stelling aan dat de Bijbel zelf eerder een religiekritisch dan religieus boek is. Het boek organiseert zijn eigen tegenspraak. Maar religiekritiek die gaat lijken op bashen – dat is een staatsvrouw onwaardig. Dan moet je niet gek opkijken als politici gezag verliezen.