De video’s op YouTube laten zien dat Yasmin Williams een
one-woman-band is. De akoestische gitaar hanteert ze als een lapsteel: plat op
haar schoot. Maar in plaats van de traditionele tokkeltechniek, bespeelt ze de
gitaar meestal als een soort piano. En: met beide handen! Grensverleggend!
Er klinkt ook percussie. Ook dat doet ze zelf: met haar handen tikt ze op de klankkast van haar gitaar of tapt met haar schoenen op de grond. Op de klankkast van haar gitaar heeft ze ook nog eens een kalimba (een soort vingerpiano) bevestigd waaruit ze net weer andere tonen tovert. O ja, en vergeet de strijkstok niet, waardoor uit de boxen ineens een cello lijkt te klinken!
Maar de techniek is niet het belangrijkste natuurlijk. Het gaat om de muziek. En die is dik in orde. Het album biedt werkelijk prachtige instrumentale liedjes. Ze doen soms denken aan de minimal music van Philip Glass (het titelnummer ‘Urban Driftwood’), dan weer aan folk met een prachtige melodie (‘I Wonder’). Poppy nummers (‘Sunshowers’) worden afgewisseld door ballad-achtige nummers (‘Dragonfly’). En jazzy is Yasmin ook (‘Swift Breeze’). Kortom, afwisseling genoeg.
Daarom had ik niet wat ik bij instrumentale muziek vaak heb: dat ik na een paar nummers even een pauze moet en overschakel naar muziek met zang. Integendeel, ik miste de teksten totaal niet! De muziek sprak en bleef spreken. Ademloos en steeds rustiger wordend (de cd heeft een hoog zen-gehalte) beluisterde ik het album tot het eind. Om het weer opnieuw op te zetten. Volgens mij is er een nieuwe ster opgestaan.

