Wat meteen opvalt: de toon is genuanceerd. Het Nieuwe Testament is te veelvormig om in een theologische mal te kunnen duwen, aldus Williams. Er zijn wel hoofdlijnen te schetsen. Zo schetst hij de betekenis van het kruis in drievoud: als teken, offer en overwinning.

Williams probeert weg te blijven van de gedachte dat het kruisdood van Jezus bedoeld zou zijn om God te kalmeren. In plaats daarvan probeert hij te laten zien dat het kruis een goddelijke daad van liefde was die naar God werd weerkaatst door een mensenleven. Kijkend naar het kruis zag God, om zo te zeggen, zijn eigen liefde weerspiegeld.

Mooi! Toch kreeg ik het idee dat Williams even later weer terugkrabbelt: ‘…de straf wordt opgeheven omdat het geschenk is gegeven…’ Zijn we daar niet terug bij de oude leer van de genoegdoening? Maar weer even verder schrijft hij dat dit niet de enige zinnige taal is om over het kruis te spreken. Kortom, de nuance blijft de toon bepalen.

Sterk vond ik dat hij benadrukt dat met kruis en opstanding iets voor ons en de wereld gebeurd is, maar buiten ons om. Hij noemt dit de objectieve kant van het kruis. Er is ook een subjectieve zijde, namelijk dat het ons iets doet. Die laatste kant wordt meestal benadrukt. Maar Williams blijft ook vasthouden aan die objectieve betekenis.

Rowan Williams is een vaardig schrijver. En van vele markten thuis. Hij was ooit aartsbisschop van Canterbury, is toonaangevend theoloog, maar ook nog eens veelgeprezen vertaler en dichter. Ik bewonder het altijd in hoge mate wanneer mensen die zo veelzijdig zijn en grote diepgang hebben, ook eenvoudig kunnen schrijven. Williams kan dat. Wat een gave.