Met de minimale middelen van gitaar en cello, aangevuld met een stem die klinkt als sprankelende beek, zo helder en licht, zingt en speelt Meskerem Mees een indrukwekkend album vol. En hoewel verdere orkestratie grotendeels uitblijft, wordt het nergens saai. Integendeel, ze verstaat de kunst om met gevoelige maar nergens sentimentele liedjes van a tot z te blijven boeien.

Betoverend. Ik heb er geen ander woord voor. Vooral als je bedenkt dat zij nog erg jong is. Maar wat klinkt het volwassen en rijp! Ze heeft het metier al helemaal in de vingers. En vooral: hier is al meteen sprake van een eigen muzikaal ‘handschrift’. De liedje hebben prachtige melodielijnen, de teksten hebben body en haar fingerpicking-stijl is uitermate verzorgd. Voeg daar dan nog die cello bij (bespeeld door Febe Lazou) en het is inderdaad compleet.

De teneur van haar songs kent grote diversiteit. Om een greep te doen: ‘My Baby’ gaat over verlangen naar een (gestorven?) dierbare, ‘Hey Joe’ is een ontroerend liefdesliedje, ‘Astronaut’ is geestig, en ‘Man of manners’ is ronduit een protestsong over een broer die in het leger moet, maar sneuvelt. Over dat laatste: de zangeres heeft het dan waarschijnlijk over een broer in Ethiopië, waar zij – zo lees ik op internet – geboren is.

Het zijn allemaal breekbare nummers. Maar het meest breekbare nummer op dit album is ‘Song for Lewis’, dat overigens maar voor een deel over Lewis lijkt te gaan, maar over haarzelf: All my friends think I’m unreasonable / I love them though they don’t know how I feel. En waarom het album naar haar ezel werd genoemd? Omdat ze net zo koppig en eigenzinnig is (zoals ze bij 3voor12 vertelde). Hopelijk blijft ze dat!