Het gaat om een rubriek waarin gereageerd wordt op inzendingen van schrijvers-in-spe. Szymborska las de bijdragen en leverde er commentaar op. Dat deed ze op een geestige en lichtvoetige manier. Je kunt haar nergens betrappen op cliché-reacties. Ze maakte er elke keer wat van.
Het plezier dat ze had bij het schrijven spat van de foto op de cover. De toon van de bijdragen is dan ook zeer humoristisch en vaak ook ironisch. Soms zelfs vilein.
Poëzie is in uw opvatting de verhevenheid zelve, het absolute, de eeuwigheid, verzuchting en gesteun – in een dichtheid zoals we die zelfs niet tegenkomen in de poesiealbums van het begin van de eeuw. […] Dus, wat denkt u, doen we onze vleugels af en proberen we met de benen op de grond iets te scheppen?
Het moet ook vaak rommel zijn geweest die werd ingezonden. Elders reageert ze op een inzending vol met taalfouten: ‘Daarom adviseren wij grammatica van de Poolse taal, driemaal daags na de maaltijd.’ Af en toe is de beoordeling van een inzending positief.
Enkele pagina’s van het verhaal verdienen een bijzondere vermelding. […] Oprecht bemoedigen wij u tot schrijven.
Hoewel het commentaar van Szymborska regelmatig een lach bij mij losmaakte, ging het me op den duur wat vervelen. Je moet er waarschijnlijk niet teveel van achter elkaar lezen. Wat ook niet meehelpt: je kent de inzending niet. Daarom gaat het lijken op het volgen van een telefoongesprek waarbij je maar één van de bellers hoort.
Daarom: het is een leuk boekje voor tussendoor, maar niet meer dan driemaal daags na de maaltijd. 😊 Het boekje besluit met een interview met Szymborska.



