Joan Didion is een van de meest spraakmakende journalisten
van Amerika. Ze maakt onderdeel uit van het zogenaamde New Journalism: de journalistieke stroming die met literaire
stijlmiddelen verslag doet van opzienbarende gebeurtenissen. Het bekendste voorbeeld
daarvan is ‘In Cold Blood’ van Truman Capote, waarin hij verslag doet van het
onderzoek naar een gruwelijke moord. Maar ook Didion hoort bij de coryfeeën van
deze beweging.

Het voert te ver om alle essays te belichten. In vogelvlucht: we komen het Manhattan van filmer Woody Allen tegen, de moord op Sharon Tate, de Monica Lewinsky-affaire, filmacteur John Wayne, de ontvoering van Patricia Hearst, maar ook persoonlijke beschouwingen over zelfrespect, de vrouwenbeweging en het nut van een notitieboekje.

Ik wil iets langer stilstaan bij de essays over Californië
en New York. De titel van deze essaybundel is ‘De verhalen die we onszelf
vertellen’. Daarmee bedoelt Didion de verhalen van de tijdgeest. Didion is een
meesteres in het doorprikken van het op dat moment in de maatschappij vigerende
verhaal. Neem de flower-power-tijd in Los Angeles.

In de tijdgeest van toen was het een verhaal van love and peace. Maar Didion was erbij en laat zien hoe onverschillig de hippies vaak waren. De lsd ging rijkelijk rond en dat ging gepaard met verwaarlozing van alles en nog wat – ook van kinderen die Didion tegenkwam, zoals de vijfjarige Susan die van haar moeder al een jaar lang lsd en peyote kreeg. En dat is nog maar één voorbeeld van haar participerende journalistiek. Het was een verwoestende tijd.

Een ander voorbeeld: het New York van de late jaren tachtig.
In het diepgravende essay ‘Sentiment en duiding’ laat zij zien hoe de veroordeling
van zogenaamde Central Park Five (bekijk de geweldige serie ‘When They See Us’ op
Netflix!) niet alleen te maken had met de intimiderende druk van rechercheurs,
maar ook met het ‘verhaal’ dat de stad van zichzelf vertelde: ‘een referentiekader
waarin de feitelijke, sociale en economische krachten die bezig waren de stad te
ontwrichten in het persoonlijke konden worden getrokken en zo konden worden
weggemoffeld.’

De beschreven gebeurtenissen zijn van lang geleden. Alleen
wie de laatste decennia van de vorige eeuw heeft meegemaakt, zal de essays goed
kunnen volgen. Je moet dan wel even doorbijten: Didion schrijft vaak zulke
lange zinnen, dat je soms terug moet lezen om de draad weer op te kunnen pakken.
Maar dat is ook weleens een verademing in deze tijd van staccato-zinnen die als
mitrailleurkogels op je afgevuurd worden.