The Band vond in de late jaren zestig en begin jaren zeventig een muziekstroming op zichzelf uit. Je zou de bandleden de 'godfathers van de americana' kunnen noemen: het muziekgenre dat de country, folk, blues en rock mengt tot een nieuw amalgaan.

The Band vormde een tegenbeweging in de toen overwegend door hippies gedomineerde cultuur. In de docu wordt daar een simpel voorbeeld van gegeven: waar het toen bon ton was om af te geven op je ouders, waren de bandleden vooral dankbaar voor hun opvoeding. Maar de belangrijkste illustratie was de muziek. Waar vele anderen bezig waren met vernieuwing zocht The Band haar bronnen in de traditie.

Afwijkend was ook het burgerlijke leven van Robbie Robertson. Hij was als eerste getrouwd en leidde met vrouw en kinderen een uitgebalanceerd leven. De docu maakt gebruik van familiefilmpjes die het geluk van het gezin Robertson in beeld brengen. En Dominique, Robertson’s eega tot op vandaag (kom daar eens om in de rockgeschiedenis!), komt zelf ook ruim aan het woord.

Beiden prikken het lang gekoesterde beeld door dat drugs en alcohol geen vat hadden op de band. Wat dat betreft weken de overige bandleden niet af binnen de toen heersende cultuur. Levon Helms, de beroemde drummer en zanger van de band, raakte aan de heroïne, werd argwanend en op den duur zelfs verbitterd, vooral jegens Robbie. Het kwam nooit meer echt goed tussen die twee. Ik dacht dat het op Helm's sterfbed tot een echte verzoening met Robertson was gekomen, maar dat wordt in de film gelogenstraft. De titel van de docu is ook wat dat betreft goed gekozen.

Maar het belangrijkste in de docu blijft gelukkig de muziek. We volgen Robbie vanaf zijn prilste jeugd en zien hem als hardwerkende musicus zijn andere bandleden tegenkomen, met Dylan op pad gaan, in het beroemde roze huis in Woodstock hun opzienbarende muziek maken – de hele carrière tot en met het afscheidsconcert (het door Martin Scorsese gefilmde ‘The Last Waltz’).

Nadeel blijft dat het Robbie’s docu is. Ik had graag ook Garth Hudson aan het woord gezien. Hij en Robertson zijn de enige nog levende bandleden. Als ook Hudson was geïnterviewd, had de film een dubbelfocus kunnen krijgen die meer perspectief had geboden. Maar het ontbreken van een tweede bandlid maakt de docu niet minder interessant. Ze bracht mij meer zicht op de ‘binnenkant’ van The Band. En na het bekijken, deed ik meteen een greep in mijn platenkast om weer eens wat te draaien van deze roemruchte groep. Dus muziekliefhebbers: gaan!