Heijne bespreekt de grote thema’s van deze tijd: de afkeer van de elite, het zoeken naar identiteit, en het gebrek aan gemeenschap. Kortom, het gaat om de onvrede die nog altijd lijkt te groeien. In het eerste hoofdstuk analyseert Heijne het fenomeen dat de waarheid er steeds minder toe lijkt te doen. We zetten de waarheid naar onze hand en we weten het.
Iedereen lijkt in zijn eigen bubbel te leven, zoekt er naar
identiteit, en bestookt van daaruit de tegenstander met het verwijt dat die
niet rationeel is. Maar we zijn het meestal zelf ook niet meer. Een van de
oorzaken die Heijne aanwijst van deze paradox, is de onvrede over het
liberalisme. Dat heeft de maatschappij verweesd gemaakt.
De onvrede daarover richt zich op de (al dan niet vermeende)
elite. En Heijne begrijpt dat. Het liberalisme is alomtegenwoordig geworden. De
andere stromingen uit onze geschiedenis, het conservatisme en het socialisme, zijn
te onmachtig geworden om het streven naar gemeenschap kracht te geven. De
groeiende afkeer tegen het liberalisme dat overal toeneemt, richt zich nu tegen
de (vermeende) elite daarvan.
In een glashelder betoog brengt Heijne ons dan naar het thema broederschap – het meest lastige begrip uit de trits van de Franse revolutie. Want vrijheid en gelijkheid zijn op een bepaalde wijze nog te organiseren. Maar broederschap moet van binnenuit komen. En daar wringt de schoen: we missen een gemeenschappelijk verhaal, een mythe die ons verbindt. Dit brengt hem bij de Bergrede. Want wat kan mensen bij elkaar brengen? Alleen dit: de bereidheid tot zelfverlies.
Nu weet ook Heijne wel dat je van de Bergrede een zoet idealisme kunt maken (iets dat hij mensen als minister Kaag verwijt). Daarom houdt Heijne van de versie van een spreuk van Jezus die mensenrechtenadvocaat Burke Marshall op zijn kantoor had opgehangen: ‘Blessed are the peacemakers, for they shell catch hell from both sides.’ Je maakt geen vrienden in eigen kring wanneer je je eigen bubbel verlaat en de ander een hand reikt. Toch is juist dit nodig: de bereidheid jezelf geweld aan te doen. Heijne:
Zelfverlies is een manier om zinvol te kunnen leven, om relaties met anderen aan te gaan, om die felbegeerde gemeenschap te kunnen vormen. In die extreem tegendraadse betrokkenheid die Jezus in de Bergrede bepleit, ligt de echte betekenis van het mens-zijn.
Maar optimistisch is hij niet. De onvrede is niet zomaar weg: ‘Het is een strijd is nog maar nauwelijks is begonnen.’ Heijne schreef dan ook een uiterst urgent essay dat een brede lezerskring verdient en prikkelt tot een gesprek. Wat mij betreft plaatst ook de kerk het hoog op de agenda.