‘Waar doet zijn stem me toch aan denken?’ vroeg ik me af bij het beluisteren van ‘Inside Problems’. En opeens wist ik het: een mix van Lou Reed en Rufus Wainwright. Het lazy-stemgeluid, ja, de bijna verveelde ondertoon van Wainwright dook ook hier op. En toch is Bird geen imitatie van beide zangers.

Op dit album verraadt Bird het folkgeluid dat hem ook al langer past niet (‘Fixed Positions’), maar hij breidt zijn palet wel uit. Meteen al het openingsnummer ‘Underland’ klinkt heerlijk jazzy. En het (mond)fluiten van Bird, dat ook op andere albums veelvuldig voorkomt, zorgt ook hier voor een vrolijk, ontspannen sfeertje.

Maar kenmerkend voor zijn spel is vooral de viool. Ik moest
meteen denken aan de eerste keer dat ik met de viool in de popmuziek
geconfronteerd werd: bij The Flock op hun gelijknamige album (1969). Later
nooit meer wat van gehoord, maar indruk maakte het wel. De herinnering werd
automatisch naar boven gehaald bij de soms avantgardistische stukjes van Bird (‘The
Night Before Your Birthday’).

Ondertussen grossiert Bird in mooie melodielijnen waardoor het album een genot is om naar te luisteren. Ook zijn teksten mogen er zijn. Daarbij viel me op dat de zanger zich bij een paar nummers liet inspireren door de beroemde journalisten en schrijfster Joan Didion. ‘Lone Didion’ is ongetwijfeld gestoeld op haar ‘Het jaar van het magisch denken’ waarin Didion verslag doet van het rouwproces na het overlijden van haar man.

Ook ‘Atomized’ is een verwijzing naar het werk van Didion.
In haar beroemde ‘Kruipend naar Bethlehem’ analyseert zij de verkruimeling van
de Amerikaanse samenleving. Zij gebruikt daar het woord dat Bird leent voor de
titel van deze song.

Het album gaat over allerlei hersenspinsels die kunnen spoken in je hoofd (zoals ook de coverfoto laat zien), maar telkens bezongen met een lichte toon. Het toont Bird’s eigenzinnigheid en originaliteit. Met voor mij als hoogtepunt ‘Faithless Ghost’ (dat – zo las ik ergens – ontstond naar aanleiding van Paris 1919 van John Cale). Prima album dus.