De film bestrijkt de periode vanaf zijn komst als vagebond in New York tot aan de eerste grote verandering in stijl: Dylan ging elektrisch. Tot die tijd was hij een folkzanger die in de sporen van zijn grote held Woodie Gurthrie wilde treden.
Een van de eerste dingen die de jonge Dylan na zijn komst in New York deed was (de zieke) Guthrie opzoeken. De film brengt de hele beginperiode indringend in beeld. Als fan ken je de vele foto’s uit die tijd. Je hebt de verhalen gelezen. En ineens komt alles tot leven! Hoofdrolspeler Timothée Chalamet is weergaloos. Ik kreeg soms zelfs bij bepaalde stukken een brok in mijn keel. Kortom, ik werd het verhaal ingezogen.
De film spaart Dylan niet. Hij is geen geweldige zanger. In zijn gedrag is hij vaak een hork. Maar hé, welke echte kunstenaar is niet een laaiend vuur waaraan een ander zich kan branden? Want een vuur brandt er in de jonge Dylan. Zijn eerste echte geliefde, Suze Rotolo, wist ervan mee te praten. En beluister dat genoemde lied van Joan Baez eens. Ze heeft levenslang de schroeiplekken gevoeld.
De film volgt het leven van Dylan niet altijd strikt. De genoemde Suze Rotolo heet in de film Sylvie (op verzoek van Dylan zelf, schijnt). En dat iemand bij het Newport Folk Festival ‘Judas’ tegen hem riep, gebeurde in werkelijkheid in Londen (zoals de legendarische documentaire ‘Don’t Look Back’ van D.A. Pennebaker laat zien). Maar een kniesoor die daar op let, want de strekking is duidelijk: Dylan laat zich door niemand beperken – ook door zijn trouwste fans niet.
De breuk van Baez laat goed zien dat hij daarin geen verkeerde keuze maakte. Zij bleef de activistische artiest die Dylan aanvankelijk ook was. Maar hij brak uit het keurslijf dat Baez trouw bleef. Ideologie is niet altijd een goede voedingsbodem voor kunst. Zoals Dylan zelf dichtte: ‘’He not busy being born, is busy dying’. Er zouden nog andere nieuwe ‘Dylans’ komen. Maar een ‘complete unknown’ zou hij altijd tot op zekere hoogte blijven.