Ik had namelijk wat moeite om in het ritme te komen. Lag misschien aan m'n studieonderwerp: de invloed van kerkvader Augustinus op de dichter W.H. Auden. Ik nam de gelegenheid te baat om het beroemdste werk van Augustinus: de 'Confessiones', ook maar eens te lezen. Wel, dat viel niet mee. Het is doorbijten geblazen om zo'n oud boek achter elkaar uit te lezen.

Als Augustinus vertelt over perioden van zijn leven, leest het vlot. Maar gaandeweg komen er ook steeds meer theologische verhandelingen voor. Bijvoorbeeld over de schepping en het scheppingsverhaal. De kerkvader laat bijvoorbeeld zien op hoeveel manieren je bepaalde teksten uit Genesis kunt lezen. Een beetje saai is dat wel, als ik mij deze vrijpostigheid jegens deze gigant mag veroorloven.

Grote winst na lezing vond ik het inzicht dat het Augustinus voor een belangrijk deel te doen is om de goedheid van de schepping en het stoffelijke leven. Hij staat bij ons bekend als de grote vijand van alles wat riekte naar seks en lichamelijkheid. Maar dat is meer een zaak van de klok horen luiden dan weten waar de klepel hangt, zo heb ik ontdekt.

Het gaat in het werk van Augustinus voor een belangrijk deel om het bestrijden van het manicheïsme: de stroming binnen het christendom van zijn tijd waarin het materiële en lichamelijke als minderwaardig werden beschouwd. Maar voor Augustinus huisde het kwaad zeker niet in de materie en dus ook niet in het lichaam. Het kwaad is een bederf van het goede en dat bederf vindt zijn oorsprong in de geest van de mens, beter: in de begeerte.

De dichter Auden werd sterk door deze gedachten beïnvloed. Ik ga daar hier verder niet op in. Ik zal dat t.z.t. elders doen. De redactie van een tijdschrift vroeg me namelijk om een aantal blogs over dit onderwerp te schrijven voor haar website. Die blogs moet ik nog schrijven. Maar ze zijn een mooie manier om ook voor mezelf onder woorden te brengen wat vier weken vrij hebben opgeleverd. Ik houd u op de hoogte!