FRANZ WRIGHT
Een woord voor vreugde
Ik ben gelukkig te midden van ogen van kinderen
Ik ben erg bezorgd en gelukkig
te midden van de gekken en hen zonder hoop
ze herkennen mij, meteen
ben ik thuis
En er is geen plek waar ik liever zou willen zijn
levend of dood
dan in deze wereld
Binnen deze schedel omvat en overpeins ik
oneindige ruimte die – als ik het goed begrijp – uitdijt
met steeds groter snelheid, en tegelijk
eeuwigdurende geboortes huisvest en verdwijningen van haar talloze
oorverdovende nucleaire ovens die ongehoord blijven,
ik overdenk de stemmen, net zo geluidloos, in elke
geest, achter elk gezicht dat ik passeer
en zoals ik ben geïnstrueerd wis ik elke morgen
bij het opstaan de afdruk van mijn lichaam uit
en ben blij (de wind waait, het is geschreven: aanbid
de wind)
en ben sprakeloos dankbaar en bang
ik schaam me niet om te zeggen dat ik als
de dood ben voor God: ik ben
angstig en blind en onwetend en naakt en
ik aanvaard het!
Ik ben gelukkig geweest hier
tussen al de lijdende ogen: waarom zij hier werden gebracht
en wat het precies was waar zij geacht werden
eens heel goed naar te kijken,
ik kan het niet vatten, maar ik ben zo blij.
(Vertaald door mij uit: God’s Silence. 2006)
Franz Wright was de zoon van de beroemde Amerikaanse dichter James Wright. Zijn vader verliet het gezin toen Franz nog een kind was. De stiefvader die hij later kreeg was niet goed voor het gezin. Franz had daardoor een ongelukkige jeugd. Hij raakte op later leeftijd verslaafd aan drank en drugs. Jarenlang leidde hij een deplorabel bestaan.
Zijn latere vrouw Elizabeth werd zijn redding. Zij wilde wel met hem trouwen, maar alleen als hij afkickte. Dat gebeurde. In diezelfde tijd bekeerde Franz zich tot het Rooms-katholicisme.
Dat dit laatste geen goedkoop succesverhaal is, toont bovenstaand gedicht. Achter de vreugde is altijd het getormenteerd bestaan van de dichter zichtbaar gebleven. Hij bleef zich verwant voelen met de gekken en met hen die zonder hoop zijn. En hij wist zich in de ogen van God een mens die zijn kwetsbaarheid niet meer kon verbergen. En toch werd ondanks alles de vreugde de grondtoon van zijn leven.