ELIZABETH BISHOP

Brazilië, 1 januari 1502

Januari’s: Natuur begroet onze ogen
precies zoals ze de hunne moet hebben begroet:
elke vierkante centimeter vullend met gebladerte –
grote bladeren, kleine bladeren en reuzebladeren,
blauw, blauw-groen, olijfgroen,
[…]
//
[…]
De rotsen zijn bewerkt met korstmossen, met grijze aeoniums
bespetterd die over de rand hangen,
van onderen bedreigd door mos
in prachtige helgroene vlammen,
van boven aangevallen
door ranken als stormladders, schuin en puur,
“één blad ja en één blad nee” (in het Portugees).
De hagedissen ademen nauwelijks; alle ogen
zijn gericht op de kleinere, het vrouwtje, dat ruggelings
haar boosaardige staart rechtop en boven zich houdt,
rood als roodgloeiend draad.

Zo kwamen ook de Christenen, hard als spijkers,
klein als spijkers, en glanzend
in krakende wapenrusting, en vonden dit alles
niet ongewoon:
geen liefdespaadjes, geen prielen,
geen kersen om te plukken, geen luitmuziek,
maar desondanks conform
een oude droom van rijkdom en luxe
die al ouderwets was toen zij van huis vertrokken –
rijkdom plus een gloednieuw genot.
Direct na de Mis, misschien L’Homme armé
of een vergelijkbaar deuntje neuriënd,
stormden zij het hangend weefwerk in
om ieder een Indiaan voor zichzelf te vangen –
die gekmakende kleine vrouwen die bleven roepen,
bleven roepen naar elkaar (of had het de vogels gewekt?)
en zich terugtrekken, altijd terugtrekken, er achter.

(door mij vertaald uit: The Complete Poems 1927-1979)

Het gedicht (dat hier slechts gedeeltelijk is vertaald)
begint idyllisch met de natuur die in Brazilië in januari op haar weelderigst
is. Maar langzaam maar zeker wordt de taal dreigender. Let op de woorden
‘bedreigd’ en ‘aangevallen’ in de tweede strofe en de mannetjeshagedissen die
het vrouwtje beloeren.

In deze tweede strofe werpt de schaduw van de gruwelijke derde strofe zich al vooruit. De natuur wordt toneel van jacht op Indiaanse vrouwen. Brandpunt is voor mij dat L’Homme armé: een wereldlijk lied uit de renaissance (‘Een gewapende man moet men vrezen’) waarvan de melodie gebruikt werd in de mis. Eredienst en verkrachting – er was een tijd dat het in het christendom samenviel. Niet te bevatten. Niet alleen een landschap kan schuldig zijn, zoals Armando schreef, een datum ook – al is het 520 jaar geleden.