STEVIE SMITH
De luchtige Christus
Wie is dit die in pracht verschijnt, komend uit het brandende Oosten?
Dit is hij aan wie wij niet gedacht hadden, dit is hij, de luchtige Christus.
Luchtig, op luchtige wijze, wandelend in een luchtig parklandschap,
Anderen nemen hem bij de hand, leiden hem, doen het woord.
Maar de Gestalte, de Luchtige, fronst een luchtige frons,
Wat zij zeggen is onvermijdelijk, weet hij, maar hij kijkt afzijdig naar beneden,
Kijkt afzijdig naar zijn voeten, kijkt afzijdig naar zijn handen,
Weet dat zij, zoals profeten zeggen, genageld zullen worden aan houten randen.
Zoals hij weet dat de woorden die hij zingt, die hij zo blij zingt,
Veranderd moeten worden in werkende wetten, toch zingt hij onophoudelijk.
Degenen die werkelijk de stem, de woorden, het blijde lied horen,
Zullen nooit werkende wetten nodig hebben om zich van kwaad te onthouden.
Dove mensen zullen soms doen alsof ze het lied, de woorden horen,
En verzinnen smoesjes om extreem te zondigen; dit zal absurd zijn.
Schenk er geen aandacht aan. Wat dwaze mensen ook doen, het lied wordt gezongen
Voor hen die horen, en de zoete zanger geeft er niet om dat hij gekruisigd werd.
Want hij wil niet dat mensen hem meer liefhebben dan wat dan ook
Omdat hij stierf; hij wenst alleen dat zij hem zouden horen zingen.
(door mij vertaald uit: The Collected Poems & Drawings of Stevie Smith. 2018)
Een luchtige Christus – dat is nog eens een nieuw beeld voor Jezus! Maar misschien ook een wat al te badinerend of te ironisch beeld?
De dichter Stevie Smith (1902-1971) was niet gelovig. Ze noemde zich agnost. Maar ze toonde in haar werk wel een constante belangstelling voor het christendom. Ze had bovendien een grote liefde voor de liturgie van de Anglicaanse Kerk. En ze schreef dit gedicht na het lezen van een nieuwe vertaling van het evangelie van Marcus (door ene Dr. Rieu). Genoeg redenen om haar gedicht serieus te nemen.
In het gedicht wordt Christus geplaatst tegenover alles wat mensen van hem maken en hebben gemaakt. Ze hebben hem niet verwacht, doen het woord voor hem, zullen hem aan het kruis nagelen, maken zijn boodschap tot wetten. Maar Christus zelf wordt gekenmerkt door een vrijheid die zich onttrekt aan alles wat mensen van hem gemaakt hebben. Hij is soeverein. 'Luchtig' kan hier ook betekenen: niet vast te zetten in starre beelden. De ware Christus toont zich niet in wetten of in wat mensen van hem zeggen, maar in zijn blije lied. En is zijn lied niet de boodschap van het Koninkrijk dat komende is?
Het luchtige van deze Christus is niet lichtzinnig. Het luchtige is het lichte van een blijde boodschap. Een boodschap die ondanks het kruis blijft klinken. 'Ondanks' - ik zou er zelf aan toevoegen: 'ook dankzij'. Maar het gaat om het lied. Dat klinkt zoveel vrijer en vrolijker dan de wetten (lees: doctrines) die wij ervan gemaakt hebben.
(Het originele gedicht kent een rijmschema dat ik helaas niet in de mal van een vertaling kon krijgen. Hier het origineel:)
The Airy Christ
Who is this that comes in splendour, coming from the blazing East?
This is he we had not thought of, this is he the airy Christ.
Airy, in an airy manner in an airy parkland walking,
Others take him by the hand, lead him, do the talking.
But the Form, the airy One, frowns an airy frown,
What they say he knows must be, but he looks aloofly down,
Looks aloofly at his feet, looks aloofly at his hands,
Knows they must, as prophets say, nailèd be to wooden bands.
As he knows the words he sings, that he sings so happily
Must be changed to working laws, yet sings he ceaselessly.
Those who truly hear the voice, the words, the happy song,
Never shall need working laws to keep from doing wrong.
Deaf men will pretend sometimes they hear the song, the words,
And make excuse to sin extremely; this will be absurd.
Heed it not. Whatever foolish men may do the song is cried
For those who hear, and the sweet singer does not care that he was crucified.
For he does not wish that men should love him more than anything
Because he died; he only wishes they would hear him sing.