De volgende dag is het spinnenweb grotendeels opgelost. Maar er hangt nu een vitrage voor mijn rechteroog. Geen flitsen waar een oogarts mij al eens voor heeft gewaarschuwd, want dan kan er iets met je netvlies zijn. ‘Misschien gaat het voorbij,’ denk ik dan ook en ik wacht af.

De dag erop is de vitrage er nog steeds. Vrienden die ook in Spanje op vakantie zijn en ons een dag bezoeken, raden me aan om een opticien te raadplegen. Het is inmiddels zaterdag.

Zondag ga ik naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. We moeten twee-en-een-half uur wachten voordat we een dokter spreken. Nou ja…spreken? De man is het Engels nauwelijks machtig. Hij maakt duidelijk dat er vandaag geen oogarts is. Morgen terugkomen.

Maandagmorgen hoor ik van een eerste oogarts dat ik gaatjes in mijn netvlies heb. En een glasvochtbloeding. Dat is de oorzaak van die vitrage. Er is een laserbehandeling nodig. Een tweede oogarts die deze uitvoert spreekt ook nauwelijks Engels, maar ik maak uit zijn woorden op: behandeling mislukt. Hij weet me ook nog duidelijk te maken dat een netvliesloslating dreigt.

Op datzelfde moment besluit ik vervroegd terug te keren naar Nederland. Het SOS-nummer van de reisverzekering weet vast raad. Als ik ze aan de lijn heb zeggen ze alles in werking te stellen. Ik wacht opnieuw af. Maar als ik eind van de middag nog niets gehoord heb, sms ik: ‘Al duidelijkheid?’ Ik word meteen teruggebeld. Ze willen eerst wachten tot ze de volgende dag een arts van het Rotterdamse Oogziekenhuis geraadpleegd hebben of ik wel kan vliegen.

Dezelfde vrienden van zo-even zeggen: ‘Bel zelf het Oogziekenhuis.’. Dit keer wacht ik niet af, maar bel meteen. Binnen vijf minuten heb ik een arts aan de lijn die zegt dat ik kan vliegen en dat ik dat maar beter kan doen. We gaan meteen onze vlucht omboeken. Hebt u enig idee hoelang dat zoiets kan duren? Uren.

Maar de volgende morgen kunnen we vliegen. Meteen na aankomst spoed ik mij naar het Oogziekenhuis. Daar worden niet alleen drie scheuren in het netvlies geconstateerd, maar ook al een loslating. Een operatie is noodzakelijk. Die avond kan niet meer. ‘Dan kom ik morgen wel terug,’ zeg ik. Helemaal niet. Meteen blijven en op je rechterzij gaan liggen en er niet meer vanaf!

Ik sta de volgende dag op de rol voor drie uur. Vanaf de avond ervoor lig ik op één zij om de loslating niet te verergeren. Lastig, heel lastig, maar het wachten valt me licht. Want wat ben ik blij in Nederland te zijn! Even raak ik onrustig als een nog acuter geval dan ik vóór moet. ‘Het zal toch niet de volgende dag worden?’ denk ik egoïstisch. Maar niet lang daarna ben ik aan de beurt. Inmiddels ben ik tot op de OK bekend als ‘de meneer uit Spanje’. ‘We gaan goed voor u zorgen hoor, meneer,’ zegt de operatiezuster als ik klaarlig voor de narcose. Een engel.

De operatie is medisch gezien kennelijk niet ingrijpend, want diezelfde avond mag ik naar huis. Het gasvocht is uit mijn oog verwijderd, het netvlies gerepareerd en er zit nu gas in mijn oog om een en ander op spanning te houden. Ik zie dat gas als een zwembadje in mijn oog. Alsof ik onder water kijk en vanonder tegen de waterspiegel aan kijk. Tussen nu en 14 dagen zal het zwembadje verdwijnen. Dan mag ook het polsbandje af dat ik tot die tijd beslist moet dragen (zie foto) en dat dient als waarschuwing voor andere hulpverleners als ik niet bij kennis zou zijn.

Inmiddels zijn we een week verder. Ik heb een week rechtop moeten slapen. Het peil van het zwembadje in mijn oog is gedaald. De golfslag zit nu recht voor mijn focuspunt. Ik word er wat tureluurs van. Voor het schrijven van dit stukje moet ik dan ook met groot lettertype gebruiken (ik lijk Paulus wel, zie Galaten 6,11 ;-)). Maar niet getreurd: nog een week en dat is het zwembadje leeg.

Maar het wachten is ook dan nog niet voorbij. Ik zal twee maanden geen auto mogen rijden. En het wachten is ook nog eens op een staaroperatie. Iedereen die een vitrectomie heeft ondergaan (zo heet het), krijgt geheid binnen een half jaar staar. Maar mij maakt het niet zo veel uit. Ik realiseer me eens temeer hoe voortreffelijk de zorg in Nederland is. Mij hoor je niet klagen. Ik wacht gelovig af.