Vanmorgen las ik in een Keltisch liturgisch boek het volgende gedichtje:

If you want to live life free,
take your time, go slowly.
Dow few things, but do them well.
Simple joys are holy.

Het is mij uit het hart gegrepen. Zo wil ik het! Maar het blijkt een dagelijks gevecht. Ik heb last van stemmetjes. Ze jagen me op. ‘Je moet nodig de buitenboel schilderen.’– ‘Vandaag afspraak maken met vriend X bellen, want zo lang niet gesproken.’ – ‘Moet de schuur ook niet eens opgeruimd worden?’– ‘Dinsdag: afspraak met de tandarts.’ – ‘O ja, en je had beloofd het logeerkamertje op te knappen.’ - ‘Je moet wel elke dag gitaarspelen om mee te kunnen komen in de band!’

Een kakafonie van stoorzenders vormt de dagelijkse ruis op de achtergrond van mijn dagen. En beroerd maar waar, ik hoor ze het duidelijkst in de stiltemomenten: ’s morgens als ik de omgang met de Eeuwige zoek. Luther schijnt ooit iets gezegd te hebben in de trant van: ‘Ik heb het vandaag zó ontzettend druk, ik moet eerst maar eens drie uur gaan bidden.’ Mooi gezegd, maar mij lukt het soms nog niet om 20 minuten in eenvoud te contempleren. Midden in de stilte klinken die stemmetjes op. Het zijn kleine duiveltjes.

Het zit hem natuurlijk in die ‘few things’ uit dat gedichtje van zo-even. Ik wil misschien teveel. Maar dan hoor ik ineens iemand op de radio zeggen: ‘Pressure is a privilege’. Ja, zo kun je het ook bekijken. Er wordt iets van je verwacht. Of er wordt op je gewacht. Dat is een voorrecht. Er zijn ook mensen naar wie niemand uitkijkt. Of die totaal onthand zijn.

Maar welke zaken zijn dan echt van belang? Wat moet ik laten vallen? Ingewikkeld hoor: simpel leven.