Van der Land was een populair prediker. Bekend van zijn boeken en tv werd hij door menig kerk gevraagd, meestal voor evangelisatie- of jeugddiensten. Hij kon het evangelie namelijk zo sprankelend en met humor aan de man brengen.

Wie regelmatig diensten van hem bezocht, merkte ook wel dat hij zijn maniertjes had. Dat hij lange tijd met één preek het hele land door toerde is tot daar aan toe. Maar dat hij in elke plaats vertelde dat hij in de nacht daarvoor door jongeren vanuit de kroeg was gebeld om te komen omdat ze problemen hadden - dat was wel wat doorzichtig.

Toch was hij in bepaalde opzichten zijn tijd vooruit. Zo herinner ik mij een jeugddienst in mijn eerste gemeente waar ik toen net predikant was (begin jaren 80!). Van der Land sprak toen open over masturbatie en dat dit een gezonde voorbereiding was op een volwassen seksualiteit.

Ik zat als kerkganger als aan de grond genageld: dit zou een berg commotie veroorzaken in het klassieke Zuid-Beijerland! Maar er gebeurde niets. Nou ja, ongetwijfeld had hij een aantal jongeren van hun schuldgevoelens daaromtrent afgeholpen, maar verder? Geen rimpel! Ik wil maar zeggen: Sipke had gezag.

Hij kon ook goed schrijven. Bij ons thuis hebben we, toen we kinderen hadden die de tienerleeftijd bereikten, nog lang een Bijbels dagboek van hem gebruikt: ‘Hoe bestaat het?’ De stukjes waren op de toonhoogte van jongeren geschreven. Maar ondertussen leerde ik er als predikant zelf ook nog van.

Sipke was een buitenbeentje. Nooit bond hij zich aan een kerk. Maar nooit liet hij de kerk los. Je zou kunnen zeggen dat hij in zijn eentje een pioniersplek was. Tegenwoordig wemelt het van die plekken. Maar Van der Land pionierde er in de jaren zeventig en tachtig al op los.

De laatste jaren zag ik zijn naam aanvankelijk nog weleens voorbij komen. Vooral als ik post kreeg van ‘Zending over Grenzen’ waar hij een soort ambassadeur van was. Maar toen financiële huishouding van die club niet bleek te deugen, trok hij zich terug. Hij werd weinig meer genoemd - tot afgelopen week het bericht kwam dat hij er niet meer was.

De laatste bladzijde van ‘Hoe bestaat het?’ gaat over de nieuwe wereld van God. Een van de laatste regels van dat stukje luidt: ‘Wat zullen we ons daar thuisvoelen!' Sipke is thuis.