Cursusavonden plannen bijvoorbeeld. Daarvoor moeten data geprikt worden, zalen besproken, stukjes voor de PR geschreven worden. Maar ook de te bespreken thema’s voorbereiden, al was het maar voor die stukjes.

Het is maar een voorbeeld. Ik zou er nog meer kunnen noemen. Maar het gaat me hierom: na een vakantie valt het op hoezeer ook het werk van predikanten een soort simultaan schaken geworden is. ‘Ook’ zei ik, want ik denk dat de meeste mensen er mee te maken hebben.

Bij simultaan schaken speelt iemand in zijn eentje tegen – ik noem maar wat – 25 andere spelers. De druk op die ene speler wordt pas echt groot als de klok wordt gebruikt. Na een zet op een bepaald bord, moet hij na zijn rondje bij het eerste bord terug zijn én zijn volgende zet hebben gedaan om binnen de tijd te blijven.

Steeds meer mensen hebben het gevoel dat hun dagelijks leven een schaakpartij op vele borden is. Met klok. Gisteren nog had ik vrijwilligers op bezoek die in hun kerkenwerk grote druk ervaren. Vanwege dat werk zelf. Maar ook omdat ze het kerkenwerk doen naast talloze andere verplichtingen. En het moet allemaal in die ene week geperst worden.

Hoe meer ‘borden’, hoe groter de tijddruk. En hoe groter de tijddruk, hoe groter de kans op tekortschieten. En hoe meer kans op tekortschieten, hoe nijpender het gevoel aan de verliezende hand te zijn. Van vreugde en voldoening is dan geen sprake meer.

Ook in het kerkelijk leven komen er steeds meer ‘borden’ waar op gespeeld moet worden. In de drang om relevant te zijn of iedereen te willen bedienen, plaatsen we steeds meer schaakborden. Maar juist daardoor dreigt kerkzijn in de verdrukking te komen. Want de kern van kerkzijn is: luwte zijn in een jachtige wereld, ruimte bieden voor bezinning en aandachtig leven.

Niet het vele is goed, het goede is veel. Met die blik probeer ik naar het volgende seizoen te kijken: kan het een ‘bord’ minder – voor anderen en mezelf? Maar het valt me, eerlijk gezegd, nog niet mee.