Vaak wordt gedacht dat je op de domineesschool vooral leert preken. Maar niets is minder waar. Je kreeg wel een hoop theorie. Maar de praktijk bestond uit één preek maken, houden en in een groep nabespreken. ‘Je werd voor de leeuwen geworpen’ is misschien teveel gezegd. Maar nachtmerries had ik weleens in die tijd.

Dan ga je op zoek naar rolmodellen: predikanten die jou raken en die je richting kunnen geven. Nico ter Linden was voor mij zo’n model. Het was de tijd dat hij voor tv ‘Op verhaal komen in de Wester’ presenteerde. En ik las zijn boekjes. Gretig, want hij kon prachtig vertellen. Onnavolgbaar en toch probeerde ik hem een beetje na te volgen.

Zo ontwikkel je je eigen stijl. Totdat je zo iemand niet meer nodig hebt en op eigen benen je zelf gevonden spoor vervolgt. Maar ik bleef hem lezen. Als een meetpunt om te bepalen of ik nog op de goede weg was. Een kompas dat je af en toe eens tevoorschijn haalt om zeker te zijn dat je niet ongemerkt bent verdwaald.

De naald van ‘kompas Ter Linden’ stond altijd gericht op ‘ruimte vinden’. Ruimte vinden in Bijbelverhalen. Ruimte in zielen van mensen. Bij Nico ter Linden werd je in de ruimte van de Eeuwige gezet. En: met stijlvolle taal. Ook zo’n handelsmerk van hem. Want van Ter Linden leerde ik dat het ‘hoe’ van het zeggen en schrijven niet ondergeschikt is: het bepaalt de inhoud. Stijlloze taal is stijlloze theologie.

In zijn boek ‘Alleen maar vrije tijd’ van een paar jaar geleden, zette hij alle facetten van het predikantschap nog eens op een rijtje. Het is een prachtig boek dat in elke predikantsopleiding tot de verplichte literatuur zou moeten behoren. Met taal als een zacht ruisende beek: helder, verfrissend en nooit dwingend.

Ik heb het deze dagen nog eens doorgebladerd. Natuurlijk is het gebaseerd op de kerk-oude-stijl. We zijn sindsdien de noodzaak gaan zien van missionaire vormen van kerk-zijn in een ‘vloeibare’ wereld. We kunnen niet meer leven met ‘one size fits all’. Maar de stem van Ter Linden zal mij blijven begeleiden als het geweten dat pleit voor stijlvolle eerbied voor de Eeuwige en al zijn kinderen.

Hij is nu aan ons zicht onttrokken, verdwenen ‘achter het gordijn dat hangt tussen hemel en aarde’, zoals Nico het zelf noemde. Moge de Eeuwige zich over dit trouwe mensenkind ontfermen.