Door twee werken werd ik gegrepen. Allereerst ‘Occupations’ van Anselm Keefer. Het betreft een drietal reusachtige zwart-wit foto’s die zijn geplakt op golvend lood. Ze maken een grauwe indruk, zeker door dat lood. Op de foto’s is telkens een persoon te zien die de Hitlergroet brengt. Door de enorme omvang van de werken wordt je als kijker in het nauw gebracht. Je kunt geen kant op.

Het tweede werk was nog schokkender. Het is te zien op de bovenste verdieping die verder leeg is. Wie de trap op komt ziet ineens twee dode mensen liggen. Het blijkt ‘The Clearing’ van Roy Villevoye te zijn. Van ‘levensecht’ kun je niet spreken als het gaat om dode mensen, maar anders zou je zeggen: levensecht dood. Zó echt dat mijn vrouw, ook nadat ze door had dat het een kunstwerk betrof, niet dichterbij durfde komen.

Kunst dient te ontregelen. Maar deze werken ontregelden mij wel heel erg. Waardoor? Vanwege hun hyperrealisme, denk ik. Beelden van mensen die de Hitlergroet brengen of lijken van mensen die vanwege politiek geweld zijn omgebracht zie je elke dag op het journaal. Maar beide kunstenaars slaagden erin de immuniteit die je er kennelijk voor opgebouwd hebt te doorbreken.

Maar kunnen kunstwerken de wereld veranderen? De dichter W. H. Auden schreef ooit de gebeeldhouwde regel: ‘Poetry makes nothing happen.’ Vrij vertaald: poëzie verandert de wereld niet. Dat is wel heel pessimistisch. Maar ik vrees dat er een kern van waarheid in zit. Kunst kan je indringender laten kijken en ervaren. Ze rukt ook het kwaad zijn masker af. Zo leert kunst ons de wereld vollediger te bewonen. Wegkijken kan niet meer. Maar dat is al heel wat.