‘Als u de eed kiest, roept u God aan,’ had de rechter gezegd. Ze zat op een aanzienlijke verhoging, kennelijk bedoeld om bij voorbaat gezag af te dwingen. ‘Als u daarvoor kiest, steekt u twee vingers in de lucht en zegt u: ‘Zo helpe mij God Almachtig’. Kiest u voor de belofte, dan zegt u: ‘Dat verklaar en beloof ik’.’
Ik koos voor het laatste. ‘Dat had ik niet van je verwacht,’ zei mijn geliefde. Toch had ze mijn preek van een paar weken daarvoor ook gehoord. Die ging over een gedeelte van de Bergrede. Daarin zegt Jezus de naam van God niet te gebruiken bij het zweren. ‘Laat je ja gewoon ja zijn en je nee nee.’ Toen de rechter ons de twee mogelijkheden voorhield, was de keuze voor mij dus snel gemaakt.
Toch had mijn vrouw het mooier gevonden als ik de eed had gebruikt. Ze is een liefhebber van decorum op officiële momenten en vond een eed stijlvoller. We liepen er nog over te praten op de trappen van het gerechtsgebouw ‘Ik vond het ook zo zielig voor die andere twee.’ Ze doelde op de twee mensen die wel de naam van God hadden gebruikt, maar die dus veruit in de minderheid waren. Ik ging me al een beetje schuldig voelen, maar hield toch voet bij stuk.
Ik werd tot BABS beëdigd voor een eenmalige gebeurtenis. De zoon van een goede vriendin gaat trouwen. Hij en zijn bruid wilden graag dat ik een zegenviering zou leiden. En of ik ook en passant het burgerlijk huwelijk wilde sluiten. Vandaar.
Bij die zegenviering zal ik de naam van God uiteraard wél gebruiken. Want er is voor alles een tijd en een gelegenheid. ‘De God van Israël, de Vader van Jezus Christus, hij zal jullie zegenen en behoeden,’ zal ik zeggen. En: het bruidspaar mede namens de rechter van Arnhem feliciteren. Want dat vroeg ze nadrukkelijk.
Column
Dat verklaar en beloof ik
‘Waarom heb je niet voor de eed gekozen?’ vroeg mijn vrouw fluisterend. Ik hoorde de verbazing in haar toon. En ook een zekere teleurstelling. We stonden in een zaal van het gerechtshof van Arnhem. Daar was ik zojuist beëdigd tot BABS: Buitengewoon Ambtenaar Burgerlijke Stand. Ik was niet de enige. We waren met een stuk of tien. Een groepsbeëdiging dus. We mochten kiezen tussen de eed en de belofte.