Lied 416 is zo’n lied. Ik kende het alleen van het BBC-programma ‘Songs of Praise’. Het is namelijk een lied uit de Anglicaanse traditie. Maar nu is het vertaald en opgenomen in de nieuwe bundel. In mijn gemeente is het in een rap tempo een van de populairste liederen geworden. Reden? Zo meteen meer, maar eerst de tekst van de eerste en laatste strofe.

Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

Wat maakt zo’n lied geliefd? Allereerst de melodie natuurlijk. Daarvoor verwijs ik naar het YouTube-fimpje hieronder (wij zingen het wel sneller). De melodie is ijzersterk én eenvoudig. Je kunt het zo meezingen. Het is alsof het lied al op de bodem van je ziel heeft liggen sluimeren om alleen nog maar wakker gekust te worden.

Dan de tekst. Die heeft zeker geen hoog poëtisch gehalte. Maar dat hoeft ook niet. Misschien gek om te lezen uit de pen van een verwoed poëzieliefhebber als ik. Maar het lied doet wat een kerklied moet doen: verbinden. De kracht van de tekst zit in de directe aanspreekvorm: kerkzangers zingen het elkaar toe. Het lied sticht relatie.

Er is nog iets dat het lied krachtig maakt: je zegt elkaar Gods zegen toe, je belooft elkaar Gods aanwezigheid. Kan dat? Het antwoord luidt: zingend gebéurt het. Mét dat je het zingt, zing je God ‘tevoorschijn’. Er gaat dan ook een diepe troost uit van dit lied.

Vanuit sommige kerkmuzikale kringen wordt weleens denigrerend gedaan over de zogenaamde ‘emotiecultuur’ van evangelische groeperingen. Maar muziek is emotie – of het nu Bach is of opwekking. Wat een kerklied tot een goed kerklied maakt, is een mate van verbeelding – nee, niet: waarmee wij God kunnen bereiken, maar: waarin God óns kan bereiken. Dat maakt sommige liederen tot een klein wondertje.

http://www.youtube.com/watch?v=sWIIpMDhRZw