Maar na een tijdje viel het me ook op als de tv níet
aanstond. Vooral in de stilte. Nou ja, stilte? Die was er dus niet meer. Over
alles kwam een laag van suizen te liggen. En ineens wist ik het: tinnitus.
Iedereen kent het wel: als je naar een popconcert bent geweest of een al te luid feestje, kun je na een tijdje nog een piep in je oren hebben. Je ligt in je bed en het ijlt nog na. Maar die piep verdwijnt langzaam. Tinnitus niet.
Ik heb geleerd er langsheen te luisteren. Want wanneer je je erdoor laat obsederen, word je er krankjorum van. Ik vergelijk het maar met mouche volantes: die vlekjes die in je blikveld ziet langsglijden. Wanneer je erop gaat letten, is het einde zoek. Je raakt opgesloten in jezelf. Je moet er dus aan voorbij kijken.
Toch kent iedereen die tinnitus heeft het schrikbeeld: als het maar niet erger wordt. Er zijn voorbeelden van mensen die er letterlijk gek van worden. Je leeft in een altijd luid universum. Verschrikkelijk.
Ik kan er (tot nu toe) goed mee leven. Maar ik mis vooral de echte stilte. Ik ben erg van het geloven-met-je-zintuigen. Geloof je oren en ogen: er zijn tekenen en glimpen van God te horen en te zien! Vooral in de stilte. Maar voor een deel kan ik mijn eigen oren niet meer geloven.