Om straks niet alles ineens te moeten doen, ben ik voorzichtig aan al begonnen. Mijn archief nam ik het eerst onder handen. Ik had tien mappen met krantenknipsels onder nummer die gerubriceerd staan in een trefwoordenregister. Maar ja, wat moet je ermee? Alles kun je nu immers digitaal vinden. En ze stonden alleen maar stof te happen.
Pijnlijker vond ik het ruimen van mijn preken. Ik heb ze van 39 jaar allemaal bewaard. Waarom, vraagt u zich misschien af. Inderdaad, een groot deel heb ik zelfs nog digitaal. Maar de oudere jaargangen niet. Je schreef ze met de hand of op de typemachine. Je hebt er op gezwoegd, je ziel en zaligheid erin gelegd. Je hebt gaandeweg je eigen stijl gezocht en gevonden.
Maar het belangrijkste: het is het enige zichtbare van je
werk dat overblijft. Bezoeken verwaaien. Gesprekskringen? Er blijft een enkele
notitie over. Maar je archiefdozen met preken? Ze zijn als de tastbare stenen
die de metselaar tot een muurtje metselde - later kan hij er iemand nog op
wijzen: ‘Dat muurtje heeft opa nog gemetseld.’
Zo stonden ze jaar in jaar uit op de onderste planken van
mijn boekenkast: het muurtje van archiefdozen met preken. Eerst één, toen twee.
Tot er meer dan twintig stonden. Keek ik er nog weleens in? Welnee. Nou ja, af
en toe. Maar dat viel niet altijd mee. Ik
ontdekte: wat preekte ik toen lang! En: zo zou je het nooit meer zeggen. Maar
gelukkig kwam ik ook passages tegen die me verrasten: mooi gevónden, toen al.
Ik besloot ze toch weg te doen. Ik viste er een enkele uit van belangrijke momenten uit mijn leven. Maar de rest laadde ik in de auto en reed naar de stort. Er stond op die korte autorit een krachtig accent van twijfel om de onherroepelijkheid. Maar de vierkante meters van mijn nieuwe werkkamer stonden geen onzekerheid toe.
Bij het afvalstation gekomen, zei de meneer van de gemeente
dat de papiercontainer net weg was om geleegd te worden. Ik kon mijn oud papier
voor de lege plek zetten. En daar plaatste ik ze: de 2133 preken in 23 archiefdozen.
Toen ik wegreed keek ik nog even in de achteruitkijkspiegel. Ik zag de brokstukken van een eigenhandig gesloopt muurtje kleiner worden. ‘Less is more,’ mompelde ik, mezelf vermannend, en gaf gas.