Ik ga nog her en der voor in kerkdiensten. Maar ik zie in steeds meer gemeenten dat er geen kindernevendienst meer is. Er zijn eenvoudig geen kinderen meer. Waar ze nog wel zijn, wordt er vaak aan de gastpredikant gevraagd om vooral een gesprekje met de kinderen te voeren.

Ik heb er steeds meer moeite mee. Allereerst omdat je altijd maar af moet wachten óf de kinderen er die dienst zijn. Maar je maakt ook mee dat er maar twee of drie kinderen naar voren komen. Je ziet vaak al aan hun schuchtere houding dat ze zich in zo’n klein groepje onbeschermd voelen. ‘Hij gaat toch niets aan mij vragen?’ Ze voelen zich bekeken.

Het ergste vind ik die gemeenten waar wordt gezegd: ‘Als er geen kinderen in de kerk zijn, wilt u dan een praatje houden voor de kinderen die thuis meekijken?’ Denken zulke mensen dan werkelijk dat kinderen thuis voor de buis een kerkdienst bekijken?! Kom op zeg.

Zowel het verzoek om een praatje voor de camera te houden als het in stand houden van een gesprekje voor twee of drie kinderen is een schaamlap. Het moet verhinderen dat we onder ogen moeten zien dat wat eens een mooie traditie was een lege huls is geworden.

Voor het opvoeren van dit toneelstukje worden predikanten, maar vooral de kinderen gebruikt. Hou er mee op, zou ik zeggen. Het is mooi geweest. Begin iets nieuws. Een kliederkerk bijvoorbeeld. Je brengt de vrolijkheid terug in de kerk.