Sinds een tijdje heb ik een nieuwe uitlaatklep: het gitaar spelen. Ik speelde altijd piano. Heerlijk! Maar ik had nooit les. En dan stoot je wat niveau betreft altijd tegen een plafond. Je doet ook telkens dezelfde dingen. Hoogste tijd voor iets nieuws. Op een dag zei een belijdeniscatechisant: ‘Ik ben een beetje aan het gitaarspelen.’ - ‘Dat heb ik vroeger nou altijd ook willen doen,’ zei ik. De volgende keer stond hij op de stoep met een gitaar en zei: ‘Hier, begin maar.’ Hij had er toch twee.
Voorzichtig zette ik mijn eerste stappen op het gitaarpad. Ik vond het fantastisch. Ik schafte zelf een goedkope gitaar aan. En al snel besloot ik dit keer niet zelf aan te blijven modderen, ik nam les. Dat bleek een goeie beslissing. Per week leer ik dingen bij. En leuk dat ik het vind! Ik heb er zelfs een aparte muziekkamer voor ingericht. De piano ging erheen. En af en toe speel ik er nog wat op. Maar de gitaar is nummer 1. Ik trek me er ieder vrij uurtje graag in terug. Ik maak mijn hoofd er vrij.
Ieder mens heeft een contrapunt nodig om in evenwicht te blijven. In dagblad Trouw heeft een tijdlang een rubriek gestaan met de naam ‘Doe iets’. Dat ‘iets’ kan van alles en nog wat zijn. Postzegels verzamelen, leren waterskiën, het Pieterpad lopen, zelf gedichten gaan schrijven, een muurtje metselen, etc. Ik kan het van harte aanbevelen. Je hoeft er niet goed in te zijn, als het maar plezier geeft.
Ik moet zelf wel oppassen. Mijn enthousiasme brengt een zekere ontremming met zich mee. Net als bij het meubelmaken leidt het een tot het ander. Inmiddels staan er meerdere gitaren en versterkers in de muziekkamer. Het is mijn paradijs. Maar toen ik laatst er voorzichtig over begon dat een Spaanse gitaar nog ontbrak, stak er bij mijn eega een voorzichtig protest op: ‘Je draaft wel een beetje door, Piet!’ En ik weet: als ze achter een zin ‘Piet’ gaat zeggen, is het ernstig. Ik begreep de boodschap. ‘Doe iets NIET,’ zei ik tegen mezelf.
Column
Doe iets (niet)!
Ik sla altijd een beetje door in bepaalde dingen. Toen ik het meubelmaken ontdekte, maakte ik het ene na de andere Rietveld-werkstuk. U weet wel: de Gerrit Rietveld van De Stijl. Het was een mooi contrapunt voor mijn dagelijkse werk. Altijd maar luisteren, spreken, vergaderen. Je moet iets met je handen doen, zei ik tegen mezelf. Ik ontdekte in het meubelmaken een uitlaatklep. Totdat mijn vrouw tactisch zei: ‘Ik denk dat we nu wel genoeg Rietveld in huis hebben.'