Laatst las ik weer een stukje van hem. Hij vertelt daarin dat hij opzag tegen kerkbezoek. Maar het heeft hem enorm geholpen met geloven. ‘Geloven moet je doen,’ zegt hij, ‘en een van de manieren is naar de kerk gaan.’ Klein detail: hij bezoekt een rooms-katholieke kerk.

Maar misschien is dat niet eens zo’n klein detail. Bij protestanten vind ik namelijk vaak de tegenovergestelde houding. Veel calvinistisch ingestelde mensen denken dat ze eerst moeten geloven en het dán praktiseren. Eerst moet je iets aan kunnen nemen en dan kun je pas bidden of naar de kerk. Eerst geloven en dan doen.

Ons zit misschien een te steile hang naar zekerheid en waarheid dwars. We zijn bovendien ook erg individualistisch: het komt aan op jouw persóónlijke overtuiging. Pas dan kun je het delen met anderen. En we kunnen ook niet ‘op proef’ geloven. Het is het één of het ander: je gelooft of je gelooft niet. Maar daarmee maken wij van geloof een zaak van slikken of stikken.

Laat je opnemen in een gemeenschap, is de boodschap van Sanders. Doe mee aan de rituelen. Het helpt. Wie twijfelt moet niet minder naar de kerk gaan maar méér. Je waagt een poging tot geloven. Dus wie nog aarzelt: doe het. Pasen is misschien een uiterst geschikt startpunt. Sta op uit je twijfel!