‘Dominee, u spreekt met mevrouw die-en-die. Mijn moeder is overleden en nu willen we u vragen of u de uitvaart wilt doen. Nee, ze was geen lid bij u, maar u deed ook de uitvaart van de buurman en dat deed u zo mooi, dat we u willen.’

Of: ‘Met Marietje. Mijn vriend Jan en ik gaan trouwen. En nu zouden we graag willen dat u de dienst doet. We horen bij een kerk die ons niet wilt trouwen, omdat we samenwonen. Wilt u ons helpen?’

In alle gevallen informeer ik eerst of er geen eigen wijkdominee is. Is die er, dan doe ik het niet. En aan Jan en zijn Marietje vraag ik of ze dan wel in de juiste kerk zitten. Maar vervolgens zwem ik al snel de pastorale fuik in.

Met die pastorale fuik bedoel ik: ik wil mensen (nogmaals, onder gestelde voorwaarden) graag ter wille zijn. Ik vind dat mijn pastorale taak. Wat ik nooit doe: er meteen een financieel plaatje aan verbinden. Ik vind dat ongemakkelijk. Het ondermijnt ook mijn pastorale attitude voor mijn gevoel. Ik vertrouw op het fatsoen van de vragers dat zij dat op enig moment zelf ter sprake zullen brengen.

Even tussendoor: als dat gebeurt, vertel ik dat zij een rekening van mijn kerk tegemoet kunnen zien. Ik ben immers in dienst van een gemeente, die betaalt mij, en ik wil niet in de baas z’n tijd gaan beunen.

Terug naar mijn hoofdspoor. Ik zwem dus de pastorale fuik in, in de hoop dat de vragers op enig moment informeren naar de kosten. Maar nu de crux: vaak komt die vraag niet! Dan kan ik niet meer terug. Ik zit gevangen in mijn pastorale houding. Het zit me dus niet lekker.

Na afloop van zo’n uitvaart of huwelijk krijg je dan weleens een boekenbon van 20 euro. Maar meer dan eens blijft het bij een ‘hartelijk bedankt’. Dat is ook niet erg als er geen geld is (meer dan eens bleek dat bij een uitvaart het geval). Geen punt: dan is pastoraal werk diaconaal werk.

Maar als bij een huwelijk verder kosten noch moeiten gespaard worden, of als bij zo’n uitvaart het duurste restaurant wordt gekozen voor de condoleance, ja, dan bijt ik weleens op mijn lip. Denken die mensen dat een kerk van de wind leeft? Maar nu ik dat zo schrijf, bedenk ik me: dat doet ze nog ook!