Bij het naderen van onze wijk, werd meteen duidelijk waar de straat was. In de verte volop politie- en brandweerauto’s. En ervoor een enorme rij personenauto’s geparkeerd tegen de stoeprand waar anders nooit een auto staat. ‘Ramptoeristen,’ mompelde ik. Meer uit onmacht dan een eerlijke constatering. Want een paar weken daarvoor had ik zelf in zo’n toegestroomde menigte gestaan. Het was bij de vijver voor ons huis.
Er was een jongetje kwijt. Al snel werd vermoed dat hij in het water was gevallen. Traumahelikopter, de lucht vol van sirenes, je kent het wel. Binnen no time waren er drommen mensen op af gekomen. Ik ook. We zagen hoe duikers van de brandweer zij aan zij door het water waadden. Iedereen hield zijn adem in. Niemand filmde (wat tegenwoordig een uitzondering schijnt te zijn). Alleen gespannen hoop en huiver.
De hoop spatte uiteen toen een brandweerman een stepje uit het water viste en op de kant gooide. Even later hadden ze het jongetje te pakken. Levenloos, zo leek. Vliegensvlug werd het naar een ambulance gedragen en gereanimeerd. Pas na een uur ging het met loeiende sirenes naar het ziekenhuis.
Hoe het met het mannetje gaat, weet ik niet. Hij moet lang in het water gelegen hebben. Maar er stond in de dagen erna geen overlijdensbericht in de krant. Je hoort wel allerlei geruchten. Maar niemand weet het zeker. Wat ik wel zeker weet, is dat minstens één brandweerman helemaal stuk zat. Ik zag hem verslagen onder een boom zitten. Telkens kwamen er één voor één andere hulpverleners even naar hem toe. Ze hurkten bij hem neer, legden een hand op de schouder, spraken wat woorden…
Ik moest aan de brandweermannen denken die nu met dit gezinsdrama te maken kregen. Het blijkt inderdaad te gaan om een gezinsmoord: kindjes van 4 en 6 en hun ouders. Een schok trok door de samenleving van Papendrecht. De brandweermannen waren als eerste bij de bron van de schokgolf. Wat zal het met hen gedaan hebben? Natuurlijk, ze hebben hun opleiding. Maar het zijn ook vrijwilligers. Voor professionele hulpverleners heb ik natuurlijk ook groot respect. Maar voor die vrijwilligers neem ik mijn petje nog wat dieper af.
Column
De vrijwillige brandweer
We liepen te shoppen in Rotterdam toen een collega van mijn vrouw haar appte: gezin omgekomen bij brand in Papendrecht. Verschrikkelijk. Op de terugweg hoorden we bij RTV Rijnmond nog onheilspellender berichten. Het vermoeden was gewekt dat het zou kunnen gaan om een gezinsmoord. De straatnaam werd genoemd. ‘Het is ergens in een wijk achter ons,’ zei ik.