Vroeger speelde je ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’, vandaag speel je PokémonGo. Wat een rage is dat ineens geworden! Het drong pas goed tot me door toen ik vorige week  hoorde dat er twee mensen van het spoor waren gehaald.

Voor wie er nog niet mee op de hoogte is: PokémonGo is een spelletje op je telefoon. Je moet met je telefoon door de echte wereld lopen en dan worden via je telefoon ineens virtuele figuurtjes zichtbaar. Die moet je zien te vangen.

Inmiddels heb ik ook zelf Pokémon-jagers gespot. Dit weekend zat ik met mijn lief heerlijk te eten op een terras in de Achterhoek toen er twee jongens voorbijkwamen die zwijgend en ingespannen turend op hun telefoon op jacht waren. ‘Die zoeken Pokémons,’ zei mijn vrouw meteen.

De dag erna betrof het mensen van middelbare leeftijd. Bij een museum in Arnhem parkeerde ik de auto toen een ouder echtpaar langskwam. Allebei een mobiele in de aanslag. Opeens keerde de man om. ‘Zag je er één?,’ zei de vrouw gretig. ‘Ja, hebbes,’ zei de mans fanatiek.

Inmiddels heb ik zelf mijn eerste Pokémon ook gevangen. Niet dat je mij dat op straat zult zien doen. Sterker, ik heb de app er alweer afgegooid. Ik wilde het met het oog op deze dagsluiting zelf even zien. Want ik hoorde dat het krioelt van die virtuele figuurtjes. En dat ze zich ook in kerken ophouden. Vanmiddag ben ik even op onderzoek geweest. Het blijkt dat mijn kerk een Gym is, of iets dergelijks. Nou ja, gooi maar in mijn pet.

Terug naar bekender terrein. Het wachten is op de eerste dominee die het spelletje gebruikt voor zijn of haar boodschap. Ik zie de parallel al. Net zoals Pokémonnetjes kun je God namelijk ook niet zien. Maar gebruik je Bijbel als je mobiele en God wordt ook ineens zichtbaar. Zoiets. De dominee Gremdaat in ons is nooit ver weg.

Maar het is mij iets te gemakkelijk. Ergens in de Bijbel wordt geloven wel omschreven met de uitdrukking ‘als ziende de Onzienlijke’. En dat lijkt op het spelletje, maar is toch anders. Het gaat hier niet om zien met je ogen, maar om zien met een innerlijk oog. Om kijken met verbeeldingskracht. En voor wie zijn gelovige verbeeldingskracht gebruikt, is er niets waarin de Eeuwige niet te vinden zou zijn, zo leerde ik van de Joodse filosoof Martin Buber.

Eén positief punt over Pokémon: het spelletje schijnt autistische jongeren te helpen langer op straat te zijn en ook nog eens contacten aan te gaan met voorbijgangers. Kijk, dat is toch een kleine genade.

Voor de rest geldt het devies dat nu al op grote matrixborden langs Amerikaanse snelwegen te lezen is: ‘Nu rijden, straks een Pokémon vangen.’ Waar ik aan toe zou willen voegen: ‘Gebruik je gezonde verstand en train ook meteen je verbeeldingskracht.’ Daar heb je namelijk ook nog wat aan als deze hype straks weer voorbij is.