Op social media werd hij aan de schandpaal genageld. Natuurlijk vooral door medelanders die niets van vluchtelingen moeten hebben – het deel van de bevolking dat via Facebook en Twitter de meest kwaadaardige en vaak ook fout gespelde taal roeptoetert.
Toch vind ik het plan van Voorberg ook niet verstandig. Hij maakt zijn eigen Dodenherdenking. Letterlijk. Hij is vandaag niet te vinden op de Dam of bij een ander oorlogsmonument. Hij organiseert zijn eigen plechtigheid. Waarom in vredesnaam? Is Dodenherdenking nu juist geen gelegenheid waarbij Nederlanders hun nationale verbondenheid tonen?
Maar Voorberg zal daar niet bij zijn. Hij zal dan óók niet staan naast zijn Joodse stadsgenoten – nazaten van de weinigen die terugkeerden uit de kampen. En: mensen die in toenemende mate het gevoel hebben dat hun vrijheid in de verdrukking komt. Juist Dodenherdenking zou een moment moeten zijn waarop we ons solidair met hen tonen. Antisemitisme is terug van nooit weggeweest.
Is de zaak die Voorberg bepleit dan niet belangrijk? Natuurlijk wel. Maar dan op een ander moment. Voorberg moet hebben geweten dat hij met de keuze van 4 mei veel commotie zou veroorzaken. Daarmee heeft hij zijn eigen zaak geen goed gedaan. Hij nam het risico zelf voorwerp van nieuws te worden in plaats van de vluchtelingen.
(Zojuist lees ik op de Facebookpagina van Rikko Voorberg dat de plannen zijn afgelast: 'Omdat boze woorden langzaam overgingen in boze daden hebben we besloten, met pijn in het hart, om ons initiatief aan te passen.' Wat weer de vraag oproept hoe vrij we werkelijk zijn)
Column
Commotie rond Dodenherdenking
Collega Rikko Voorberg uit Amsterdam wil Dodenherdenking aangrijpen voor het gedenken van omgekomen vluchtelingen. Aanvankelijk wilde hij dat doen op het Rembrandtplein. Maar omdat de stille tocht van de officiële Dodenherdenking daar langs komt, heeft burgemeester Van der Laan dat verboden. Voorberg kreeg een andere plek toegewezen.