Maar mijn polstasje is buiten gebruik. Het stiksel van de ruimte voor de telefoon was kapot gegaan. Dat was nog overkomelijk. Maar toen brak de aansluiting van het hengsel. En dat hengsel had ik nodig als ik op de fiets wegging. Het bundelde dan zo lekker aan mijn pols. Ik heb het nog even weten te repareren door er een slotje als alternatieve verbinding aan te maken (zie foto). Maar toen het al fietsend opnieuw afbrak, wist ik: het polstasje heeft zijn tijd gehad.

Ik had een nieuwe kunnen kopen. Maar de belangrijkste reden om het niet te doen: de noodzaak om een Bijbel mee te nemen, ging ontbreken. Ik weet niet hoe het andere predikanten vergaat, maar in de loop der jaren gebruik ik steeds minder mijn Bijbel tijdens pastorale bezoeken. Hij was trouwens ook versleten (zie opnieuw foto). En voor het geval ik er één nodig heb: ik heb er nu een app voor. Kortom, alles past nu in jas- of broekzak.

Maar op de een of andere manier mis ik het tasje wel. Het gaf me de suggestie dat ik met iets in handen bij de mensen kwam. Bedrieglijk natuurlijk, want ik kwam toch al met lege handen. Het enige materiaal dat een dominee heeft, dat is zij of hij namelijk zelf. Maar het gaf wel wat houvast. Dus: adieu, polstasje, ik ga je toch wel missen. Ik moet nu zonder de suggestie van een gereedschapskist het pastorale pad op. Dat voelt wat naakt.