Ik liet het vroeger graag zingen. Ik zag bij die woorden Louis Armstrong spelen: ‘When the Saints Go Marching In’. En achter hem een stoet mensen die swingend het Koninkrijk binnengaan. Maar het woord ‘neger’ is taboe geworden. Je had dus de commotie kunnen verwachten.
In Amerika is het al langer het gesprek van de dag. Daar wordt gesproken over het n-woord. En er verscheen al een gekuiste versie van het klassieke werk ‘De avonturen van Huckleberry Finn’ van Mark Twain. Nu gaat het daar wel om het scheldwoord ‘nigger’. Maar het woord ‘negro’ valt ook onder het n-woord.
Wie zich enigszins verdiept in de geschiedenis van de slavernij, gaat begrip krijgen voor de uiterst beladen klank van het n-woord. Voor Afro-Amerikanen is het synoniem met onderdrukking en uitsluiting. Zoals het gekleurde deel van onze bevolking in Zwarte Piet niets anders kan zien een geknecht mens.
In de hiphop gebruiken Afro-Amerikaanse artiesten zelf het n-woord te kust en te keur. Maar in dat geval is sprake van een geuzennaam. En wee je gebeente als je dat als blanke overneemt. Het is voorbehouden aan de nazaten van de slaven die ook vandaag vaak nog in diepe armoede leven.
Willem Barnard, de schrijver van lied 737, is zich natuurlijk niet van die beladen geschiedenis bewust geweest. Hij bedoelde zijn tekst positief en inclusief. Maar ook in mijn oren klinkt het niet meer zoals het eerst deed. Het klinkt zelfs een paternalistisch. Alsof 'wij, blanken', zwarten ook een plaats gunnen. Ik sla het daarom maar liever over. Ik schaam me ervoor richting mijn zware broeders en zusters.
Je vraagt je af hoe het nog in ons nieuwe liedboek kon komen. Dit liedboek werd in 2013 uitgegeven. Hebben de samenstellers zitten slapen? Of zijn de ontwikkelingen ineens zo snel gegaan? Hoe dan ook, hopelijk staat er een vindingrijk dichter(es) op die een nieuwe tekst bedenkt.
Columns
Het n-woord
Een paar weken geleden ontstond opschudding over een vers in het kerkelijk liedboek. Het gaat om een couplet uit lied 737, een prachtig gezang over de nieuwe wereld van God. Het telt 21 coupletten. Maar over vers 19 is een aantal mensen gestruikeld. Er wordt namelijk gesproken over ‘de negers met hun loftrompet’.