Bonhoeffer is wereldberoemd geworden. Vooral vanwege de
brieven die hij vanuit de gevangenis schreef aan familie en vrienden. Ze werden
gebundeld in het boek ‘Verzet en overgave’. Een mooie titel die zijn leven
weerspiegelt. Want Bonhoeffer durfde met gevaar voor eigen leven een duidelijk
standpunt in te nemen. Na de Kristallnacht toen Joden massaal werden
aangevallen, zei hij: ‘Alleen wie schreeuwt voor de Joden, mag Gregoriaans
zingen.’ Met andere woorden: wanneer de kerk niet opkomt voor de vervolgden,
verspeelt zij het recht om kerk te zijn.

Verzet tegen vervolging en overgave aan God gingen bij hem
hand in hand. Het maakte diepe indruk op latere generaties. Maar het
wonderlijke is dat velen nu hun ‘eigen’ Bonhoeffer hebben. Moderne christenen
haken graag aan bij zijn gevangenisbrieven waarin hij profetisch een nieuwe
wijze van christen-zijn aankondigt. Behoudende christenen wijzen op zijn vroege
werk.

Beide groepen hebben gelijk. Bonhoeffer heeft door de
gebeurtenissen in Duitsland een ontwikkeling meegemaakt die de moderne
theologie diepgaand zou beïnvloeden. Maar hij was en bleef een in en in vroom
man met conservatieve trekken in de beste zin van het woord. Voor mij is het
allerbelangrijkste dan ook dit: hij was een moreel hoogstaand man.

Hij had het van huis uit meegekregen. Bonhoeffer groeide op
in een vooraanstaande en deftige familie. Het christelijk geloof speelde nauwelijks
een rol van betekenis. Maar hij werd opgevoed met het besef dat er iets uitgaat
boven jouw individuele leven: ethiek en beschaving. Vandaar de titel van dit
stukje: een aristocratisch christen. Ik heb het van mijn vroeger hoogleraar
Gerard Rothuizen die een boek over hem schreef met de titel ‘Aristocratisch
christendom’.

Dat is misschien nog wel de meest geëigende titel voor
Bonhoeffer. Hij integreerde het beste dat hij van huis uit had meegekregen in
zijn geloof. En dat heeft hem gemaakt tot de man die zoveel indruk maakte. Tot
in de gevangenis, waar door de nachtelijke bombardementen van de geallieerden
zijn medegevangenen panisch waren, hield hij zijn waardigheid. Nee, geen
revolutionair. Wel een man die niet sjoemelde met de ethiek en moraal. Zuiver
en zindelijk. Hij is het waard om herdacht te worden. Dat doen we dan ook in
onze kerken.