Maar ’s avonds zag ik een documentaire over de bevrijding van kamp Bergen-Belsen die me zo mogelijk nog meer ontstelde. Bij de bevrijding van dat kamp heeft het Britse leger opnamen gemaakt van wat de soldaten aantroffen. Overlevenden zaten er als levende doden in een landschap van onbegraven lijken. In alle hardheid werden de lichamen van de omgekomenen getoond. Ik had zoiets nog nooit gezien. Ontzetting greep me naar de keel.

Vorig jaar kwam ik langs de plek waar het kamp ooit was. Onze dochter woont namelijk in Hannover en dat is er in de buurt. We waren op weg naar Celle, een plaatsje van grote schoonheid vanwege de vakwerkhuizen, vaak nog stammend uit de Middeleeuwen. We maakten een stadswandeling, keken onze ogen uit en aten er in een gezellig restaurant. Een mooie dag.

In de documentaire is te zien hoe Duitse burgers uit de omgeving gedwongen werden om het kamp te bezoeken en te zien wat er was aangericht. Daar waren ook burgers uit Celle bij. Samen met SS-vrouwen en –mannen die dienst hadden gedaan werden ze geplaatst op de rand van de grafkuil. Een Engelse kolonel las een aanklacht voor tegen het Duitse volk.

De schrijver-schilder Armando heeft de term ‘schuldig landschap’ gemunt. Hij doelde er mee op het landschap waar eens kamp Amersfoort was en waar hij in de buurt opgroeide. Dat landschap staat voor hem voor altijd onder de doem van wat er ooit gebeurde. Er zijn in de wereld veel van dergelijke landschappen: Auschwitz, de Killing Fields in Cambodja, Hiroshima, Armenië, Rwanda.

De omgeving van Celle is ook zo’n schuldig landschap. Ik zal er waarschijnlijk nog weleens komen. Maar dat kan nooit meer een mooie dag worden.