De documentaire confronteert om te beginnen indringend met de nog altijd levende raciale verschillen in de VS. Afro-Amerikanen krijgen in de film de ruimte om hun grieven te spuien over de bijzondere positie die Elvis kreeg. Hij kaapte hun zwarte muziek, zo is het gevoel, en hij ging er met de hoofdprijs vandoor. Waarom Little Richard niet? Of Big Mama Thornton, die Hound Dog al in 1952 opnam?

Anderen uiten hun bewondering. Vooral voor de enorme snelheid waarmee Elvis als een komeet naar de top klom. Maar ook voor de moed die hij had om als blanke in die tijd de zwarte muziek over te nemen. Maar de treurigheid overheerst. Elvis werd al snel ingepalmd door een foute manager die van hem een tweederangsacteur maakte ter wille van nog meer geld.

Het verdriet over die teloorgang zie je het best aan John Hiatt. Hij is een van de vele musici die een stukje meerijden in de auto van Elvis. Hij barst op een zeker moment in huilen uit. Die treurigheid wordt nog eens op aparte wijze en onbedoeld onderstreept door de pech die de regisseur een aantal keren krijgt met de auto. Ook die is kennelijk in verval.

Kapitalisme, geweld, armoede, racisme en grote politieke verdeeldheid – ze vormen de kernthema’s binnen de huidige Amerikaanse samenleving. Jarecki koppelt ze op vaardige wijze aan de levensloop van Elvis. Toch is er ook een hoop moois te beleven. De film neemt ons mee naar de plekken waar Elvis opgroeide. Hij laat zien hoezeer The King de hele Amerikaanse samenleving heeft beïnvloed.

Maar het is ook een vooral een muziekdocumentaire. Dat popmuziek de nieuwe lingua franca is, is geen nieuwe gedachte. Maar dat zij ook een heldere spiegel is van de maatschappij in haar grandeur en misère, heb ik nog niet zo indringend in beeld gebracht gezien als in deze film. Een must see dus.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=139&v=csXtdjsqYLM