Bij het openingsnummer He Came Down is meteen duidelijk uit welk vaatje Burnett gaat tappen: dat van de mainstream Americana. Een verademing wat mij betreft na zijn vorige albums. Ik begreep van publicaties op het internet dat de aanleiding tot dit nieuwste album een nieuwe gitaar was die Burnett kocht en wilde uitproberen. Volgend jaar weer een nieuwe gitaar, zou ik zeggen, want het is een lekker album,.
Op het tweede nummer Come Back wordt de gitaar aangevuld met een slidegitaar. En op de derde track, Some Day, zingt Rosanne Cash mee. Dan is het duidelijk: dit wordt een album van drie akkoorden en de waarheid. Recht toe, recht aan. Niet vernieuwend. Wel aangenaam en herkenbaar.
Een belangrijke toevoeging vormen de zangeressen van de band Lucius die op het halve album zeer bekoorlijk meezingen. Op het sfeervolle The Race Is Won zingen ze prachtig tegen elkaar op. Het dreigende sfeertje op The Town That Time Forgot wordt ook mooi ondersteund door de dames. Het nummer zou trouwens zo onder een western passen (het deed me even denken aan Man in the Long Black Coat van Bob Dylan).
Maatje Steven Soles, waarmee Burnett speelde in de band van Bob Dylan tijdens diens Rolling Thunder Revue, en met wie Burnett later The Alpha Band vormde, speelt mee op Hawaiian Blue Song, een heerlijk sentimenteel lied. Maar het prijsnummer van het album is Everything and Nothing. Vooral de tekst dringt zich op:
Everybody wants to know the truth
but nobody wants to hear it.
Everybody has to face the end,
but nobody wants to get near it.
Everybody wants peace,
but nobody wants to surrender.
En zo krijgen we en passant ook wat levenslessen mee op dit mooie album. Maar… wat meer muzikale zijweggetjes (à la The True False Identity) was mooi geweest. Misschien met een volgende gitaar?


