Tot nu toe maakte Burnett alleen albums onder zijn eigen
naam. Zijn nieuwste album is een samenwerking met Jay Bellerose en Keefus
Ciancia. Met de laatste werkte Burnett al langer samen. Maar nu zijn ze
gedrieën verantwoordelijk voor de muziek. Nou ja…’muziek’? Het beluisteren is
een vervreemdende, hypnotiserende ervaring.

Ik moest er eerlijk gezegd aan wennen. Ik had eigenlijk al bedacht het album hier niet te bespreken: alleen dat wat me enthousiast maakt, krijgt voorrang. Maar ik legde het toch niet weg. Telkens zette ik het album opnieuw op. Ik merkte dat het aantrekkingskracht had en me steeds meer te pakken kreeg.

'Acoustic Space' is voor een groot deel opgebouwd uit geprogrammeerde computermuziek. ‘Ambient’ noemen we het tegenwoordig. Het wordt op dit album aangevuld met (vaak dreunende) drums. Dit alles vormt de ondergrond voor het zingspreken van Burnett die verantwoordelijk is voor de vaak cryptische teksten.

Hoewel: ‘cryptisch’? Niet alleen. Burnett heeft nooit zijn geloof onder stoelen of banken gestoken. Dat is ook op dit album te merken. Bijvoorbeeld in 'A Man Without a Country' (I am a citizen of heaven) of het onheilspellende 'To Beat the Devil': To beat the devil / You must be wise / there is nothing / he can’t trivialize. En verder: kijk ook eens naar de clip hieronder en zie hoe beeld de tekst kan aanvullen.

Maar in het algemeen zijn de teksten toch wat mysterieus. Net als de muziek. Neem alleen al de instrumenten. Burnett bespeelt de resonator-gitaar, hét instrument uit de americana. Maar wat te denken van ‘Action mechanisms’, ‘Thrums’ en ‘Pulse time circuits’? Wat zijn dat?!

Het wordt nog vreemder als je de inleidende liner notes leest. Het album is volgens Burnett bedoeld om  ons de deprogrammeren van de 'autonome technologie die ons al een eeuw in haar ban houdt'. Hij haalt er Freud, Pavlov en McLuhan bij om dat alles te onderbouwen. En kondigt aan dat dit het eerste album in een serie is om ons te bevrijden van de gehate programmering.

Is het ironie? Is het ernst? In dat laatste geval rijst meteen de vraag: ons deprogrammeren met geprogrammeerde muziek? Waar slaat dit op? Dat heb ik wel meer bij artiesten die een filosofisch bedoeld betoog toevoegen aan hun album. Joe Henry heeft er ook zo’n handje van. Je kunt er vaak geen chocola van maken. Schoenmaker, blijf bij je leest, denk ik in zo’n geval.

Toch houd het album van Burnett en zijn kompanen me in de ban. Net zoals moderne klassieke muziek dat kan doen. Ik vind maar moeilijk de deur, maar ik loop ook niet weg. Ik word getrokken door wat er ‘binnen’ precies gebeurt. Vind het ik mooi? Vind ik het lelijk? Ik weet het niet. Maar geboeid ben ik wel. Benieuwd naar het volgende album.