Blokhuis schreef een gedegen en goed leesbare studie over de
Duitse hoofdstad. Focuspunt is David Bowie en zijn zogeheten Berlijnse trilogie:
de drie albums die ontstonden tijdens het verblijf in de stad. Maar Blokhuis
wil vooral laten zien dat het nieuwe geluid dat Bowie er vond een lange
voorgeschiedenis had.

Die begint al na de Eerste Wereldoorlog. Berlijn groeide uit
tot de meest bruisende stad van Europa. Vernieuwing in de kunst en cultuur in
het algemeen bepaalde de toon. En dus ook in de muziek. Er heerste een enorme vrijheidsdrang,
wat ook resulteerde in een ongeremd hedonisme.

Maar midden in die draaikolk vonden ook belangrijke muzikale
experimenten plaats en werden nieuwe muziekinstrumenten uitgevonden, waaronder
primitieve voorlopers van de synthesizer. Blokhuis zet ons ook op het spoor van
talrijke onbekende componisten, maar bespreekt ook Schönberg en Stockhausen.

Dan zijn we inmiddels al weer wat verder in de geschiedenis. Na de verschrikkingen van Nazi-Duitsland en de Tweede Wereldoorlog worden nieuwe sporen uitgezet, sporen die uit zullen komen bij Duitslands belangrijkste bands: Tangerine en Kraftwerk. Beide bands, gevoegd bij de in Engeland ontstane punk, zullen hun invloed doen gelden op Bowie.

Blokhuis is dan bijna aan het eind gekomen van zijn taak als gids. Na een uitgebreide bespreking van Bowie's trilogie kijkt nog even vooruit: naar de techno die ook in Berlijn zal ontstaan. Maar zijn belangrijkste punt is gemaakt: juist in Duitsland zal de trein van de popmuziek via Bowie (met kompaan Brian Eno!) als wissel een nieuw spoor vinden.

Zoals gezegd: het is een gedegen en goed geschreven studie. Ik las het in één ruk uit. Het boek grossiert in leuke weetjes, brengt je muziekgeschiedenis bij en tekent een spoor dat ik althans nog niet of nog maar half-en-half kende. Maar het was óók zijn enthousiasme dat me meesleepte.