De meeste mensen kennen Bodar als iemand die niet om een mening verlegen zit. Over veel zaken heeft hij uitgesproken opvattingen. Ik moet eerlijk zeggen: hij komt bij mij weleens over als een betweter die een ander de mantel uit kan vegen maar zelf lange en uiterst gevoelige tenen heeft.

Maar ik zag ook al eerder een andere kant. Die van een fijngevoelig mens die uiterst genuanceerd over thema's kan spreken. Bijvoorbeeld in Ongeordende liefde, een serie interviews over (zijn) homoseksualiteit. Hij laat er recht in zijn hart kijken.

Dat doet hij opnieuw in dit boek. Het is ook nu weer de neerslag van interviews. Meteen al doet Bodar zijn grootste ontboezeming: in zijn jonge jaren deed hij een suïcidepoging. Zijn depressiviteit is niet iets van later leeftijd. Het is een schaduw die hij al sinds zijn kind-zijn met zich meedraagt.

Zelf spreekt Bodar liever niet over depressiviteit. Het is een containerbegrip geworden. Hij heeft het liever over een droef gemoed. De ervaring heeft hem geleerd dit droef gemoed vooral door evenwicht in toom te houden . Het is een advies dat hij anderen die onder depressie lijden, graag meegeeft: neem niet teveel hooi op je vork.

Hij vertelt ook hoe zijn ziekte hem parten speelde bij zijn werk als hoogleraar in Leiden. En je gaat ook begrijpen waar zijn grote gevoeligheid (die ik eerder  'lange tenen' noemde, maar nu graag wil terugnemen) vandaan komt. Hij is niet alleen kwetsbaar, maar is ook veel gekwetst.

Troost put Bodar uit meerdere bronnen: de vriendschap (ook met boeken), de liturgie, de kunst. Ze kunnen therapeutisch werken. Maar zijn grootste troost is de nabijheid van God. Leefde hij eerst alsof God niet bestaat, later had hij zelfs in zijn diepste dalen het geloof dat God bij hem bleef. Een uitspraak die mij ontroerde: 'Bidden is: als een kind bij God op schoot zitten.'

Ook nu doet hij stellige uitspraken: vanuit gelovig perspectief is duidelijk dat je het leven niet beëindigt. Maar even later nuanceert hij dat ook door te zeggen dat hij zeker denkt dat er mensen zijn die vinden dat ze klaar zijn met leven. En wat geloven betreft heeft hij de waarheid ook niet op zak: 'En wat het hiernamaals betreft: het geloof is geen verzekeringspolis. Ik vind dat een burgerlijke manier van denken. Ik zie wel wat er komt.'

Een bijzonder document. Een aanrader voor iedereen die zelf kampt met een droef gemoed of die iemand kent die lijdt aan depressiviteit. En dat zijn er - ik zei het al - niet weinigen.