Onze cultuur houdt ons als ideaal voor dat je zolang mogelijk jong moet blijven. ‘Forever young’ luidt het lijflied van veel babyboomers zoals bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk. Maar hij en anderen vergeten dat Bob Dylan, de schrijver van dit lied, het schreef voor zijn pasgeboren kind, niet voor boomers. Nee, De Lange is geen aanhanger van het frame successful aging.
Moeten we ons dan overgeven aan het schrikbeeld dat ouder
worden betekent dat er alleen maar sprake is van aftakeling en neergang? Nee,
want een mens kan ook groeien, namelijk in wijsheid. Niet automatisch. Wie
eigenwijs is op zijn dertigste is dat op hoge leeftijd vaak nog steeds en
misschien nog wel erger. Maar een mens kan er zelf wel iets aan doen.
De Lange kiest in zijn boek voor de filosofie en
gerontologie als gidsen. Maar ook de Bijbel, de poëzie en mystiek blijken goede
hulpen in de zoektocht naar wat wijsheid dan precies is. Zo leert De Lange van
Job: ‘Hoe meer je je weet te voegen naar wat je oneindig te boven gaat, des te
wijzer ben je.’ Daarin tekent zich al af waar de schrijver uitkomt: het
relativeren van je ego en groeien in zelfonthechting.
‘Ek mis myzelf steeds minder’ – deze zin van de
Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers blijkt de kern te zijn van wat De
Lange bepleit: jezelf niet meer zo belangrijk vinden, maar je opgenomen weten
in een groter geheel. Wijsheid is: zelfkennis die uitmondt in relativering van
het egoperspectief.
De Lange is realistisch. Het leven op hoge leeftijd is schipperen. De gedachte dat een mens altijd de autonomie tot hoogste waarde kan verheffen, kan leiden tot een pijnlijke schipbreuk. Maar je hoeft ook geen speelbal van het lot te zijn. Zelfsturing binnen bepaalde marges blijft mogelijk. Denk aan een zeiler die afhankelijk is van de wind en de golven. ‘Wie wat bereiken wil, moet laveren’ (Gerard Rothuizen). De Lange laat ook zien hoe.
Het mooie is dat de auteur ook zichzelf inbrengt in wat hij bespreekt. Zo schrijft hij dat hij de zelfonthechting die hij bepleit zelf nog niet heeft bereikt. Hij is nog te bang voor de dood, plooit zich nog te weinig naar wat hem overkomt en is nog te zeer gehecht aan wat hij wil. ‘Wat hindert mij?’ vraagt hij zich eerlijk af. Maar dat illustreert reeds de wijsheid die hij zoekt.
De Lange schrijft goed en mooi. Ik las het boek dan ook in één adem uit. Dat komt misschien ook omdat ik me in dezelfde levensfase bevind (Frits en ik waren in dezelfde tijd op dezelfde plaats studiegenoten), maar niet alleen. ‘Eindelijk volwassen’ is een hoopvol boek voor iedereen die gevangen zit in de kramp van onze cultuur die het ideaalbeeld van eeuwig jong zijn gebruikt als een bezwering voor wat zij vreest.