Een van die tegenkrachten is zijn tegenspeler Mike Shiner, die op het toneel meer zichzelf lijkt dan in het gewone leven. Op en buiten het toneel daagt hij Riggan uit om het beste uit zichzelf te halen. Maar aanvankelijk lijkt deze het onderspit te delven tegen zijn flamboyante collega.
Een andere tegenkracht is de recensente van de New York Times. Zoals bekend kunnen deze recensenten carrières maken en breken. Een slechte recensie betekent meestal ook het einde van de productie. Dat dreigt ook hier te gebeuren. De journaliste zegt al vooraf dat zij hem de grond in zal boren.
De film kent een geslaagde mix tussen tragedie en komedie. Er zitten humoristische elementen in, maar ook diep tragische. Ook het innerlijke gesprek dat Riggan met zijn alter ego Birdman voert is een mooi element. En dan is er nog de mengeling tussen fantasy en realiteit: op en zeker moment lijken de oude films waarin Riggan speelde, de regie over te nemen.
Toch overtuigde de film mij niet. Het is zeker geen sléchte film, maar ik zou tegen een ander niet zeggen: 'Die moet je gaan zien.' Misschien waren mijn verwachtingen te hoog: met negen nominaties voor een Oscar denk je al snel dat je een meesterwerk gaat zien.Dat kan je op het verkeerde been zetten. Maar ik werd nergens het verhaal ingezogen.
Het acteerwerk is overigens voortreffelijk. Het is meer de verhaallijn die redelijk voorspelbaar is. De film eindigt dan ook met een slot dat je ziet aankomen. Dat slot verklap ik niet. Dat zou de film misschien voor een ander bederven. De bioscoopbezoeker ziet het zelf wel aankomen.
Misschien hebben de genoemde nominaties ook te maken met het onderliggende verhaal. De acteur die de rol van Riggan Thomson speelt (Michael Keaton) heeft in zijn leven een zelfde soort gang gemaakt. Hij speelde ooit Batman, maar kreeg sindsdien alleen maar B-rollen. Maar ik vind dat dit geen rol mag spelen bij de beoordeling van een film.