Luther geldt binnen het protestantisme als een held. Maar wat deze biografie (waaraan tien jaar is gewerkt) laat zien is een dubbel beeld. Het is niet alleen maar positief. Leven en werk van Luther roepen bewondering op, maar ik was toch ook onthutst toen ik het boek dichtsloeg.

Laat ik met het positieve beginnen. Luther was een moedig man. Hij riskeerde met zijn kritiek op de toenmalige kerk zijn leven. Maar hij stond voor een zaak die veel goeds heeft gebracht. Het zicht op Gods genade is daarvan het belangrijkste. De kerk van zijn dagen deed aan koppelverkoop. Je kon je zonden afkopen. Letterlijk. Luther ging daar met grote kracht tegenin. Hij ontdekte in de Romeinenbrief de kern van het evangelie: een mens wordt rechtvaardig door geloof.

De kerk voelde zich door zijn boodschap bedreigd. En hoewel Luther nooit bedoelde een nieuwe kerk te stichten, liep het daarop uit nadat hij in de ban gedaan werd. Toen was het hek van de dam. Het vuurtje verspreidde zich razendsnel. Luther had wat dat betreft zijn tijd mee. Zijn boodschap kon zich zo snel verspreiden omdat de boekdrukkunst de communicatiemogelijkheden drastisch had vergroot.

Met bewonderenswaardige onverschrokkenheid hield Luther vast aan zijn ontdekking. En met grote ijver bracht hij zijn overtuigingen aan de man. Roper brengt dat prachtig in beeld. En nog zo’n positief punt: Luthers positieve houding jegens lichamelijkheid en seksualiteit. Vaak wordt het christendom verdacht van vijandigheid jegens seks. Maar lees Luther en je krijgt een ander beeld. Luther was dus zeker een bevrijder.

Maar hij had ook zijn schaduwzijden. Toen in het kielzog van de Reformatie boeren ook in opstand kwamen tegen de erbarmelijke omstandigheden waaronder zij moesten leven en werken, koos hij de kant van de overheden. Het neerslaan van de opstand ging gepaard met talloze slachtoffers - met Luthers instemming. Hij zou meerdere keren de kant van de overheden kiezen.

En dan zijn antisemitisme. Er wordt regelmatig aandacht aan besteed. Het verzachtende argument klinkt dan vaak dat zijn antisemitisme pas optrad aan het einde van zijn leven. Maar Roper laat zien dat dit bepaald niet het geval was: Luther droeg het altijd al bij zich. Dat Luther in zijn tijd geen uitzondering was, kan hem niet vrijpleiten. In latere publicaties riep hij op tot de meest verschrikkelijk dingen die zelfs tijdgenoten te ver gingen.

Dit antisemitisme past in het meer algemene beeld van Luther als een fanaticus en scherpslijper. Hij kon vreselijk tekeer gaan tegen tegenstanders. Maar zelfs zijn medestanders waren niet veilig voor zijn wantrouwen en op den duur doorgedraaide hang naar het eigen gelijk. Woede ging zijn leven regeren en verduisterde zijn laatste jaren.

Ondanks het feit dat hij ook een gastvrij en vrolijk mens kon zijn, had Luther een donkere kant die gaandeweg overal de duivel ontwaarde. Gevoegd bij de grote verdeeldheid die - ook door zijn toedoen - al snel binnen de Reformatorische beweging optrad, levert dit alles geen opwekkend beeld op. Vijfhonderd jaar Reformatie – een belangrijke moment om bij stil te staan. Maar vieren? Liever niet.