De eerste cd is opgenomen in De Piterkerk in Lippenhuizen. De
tweede in het café De Harmonie in Edam. Tien dezelfde nummers, maar telkens
aangepast aan de plek waar ze gespeeld werden. Een interessant experiment!
Ad Vanderveen timmert al jaren aan de weg als onze eigen Americana-artiest.
En niet onverdienstelijk. Vanderveen is een vakman en dat blijkt ook weer op
deze dubbel-cd. De muziek is weliswaar niet vernieuwend, maar hij zou zo in
elke kroeg in Nashville de handen op elkaar krijgen.
Of dat ook geldt voor een kerk in Nashville? De mensen daar zijn nogal strikt in de leer, zoals we weten, dus ik denk het niet. Niet dat Ad afwijzend staat tegenover religie. Integendeel. Het album opent met het titelnummer en de eerste regels daarvan luiden:
Here in this old place they used to come for comfort
Singing out and pray in faith, lay that burden down
Choir and organ filled the air with a sound so mighty and so sweet
What was then is still around all so graceful and obsolete
En Vanderveen weet waarover hij spreekt. Sterker, hij bespeelt op cd 1 op verschillende nummers zelf het kerkorgel. Ik meen in een interview gelezen te hebben dat zijn moeder kerkorganiste was. Hij heeft het dus van geen vreemde. Maar jammer dat hij het in de verleden tijd zingt (‘they used to come for comfort’). De kerk van Lippenhuizen is misschien niet meer in gebruik, er komen op andere plekken nog veel mensen ‘for comfort’.
Hoe dan ook, het is een fijn album. De eerste twee nummers kennen meteen een spirituele laag. In ‘Poor Soul’ legt Vanderveen zijn geloofspapieren op tafel: hij ziet niets in heilige gebouwen, de enige tempel zijn wij zelf. Maar goed, wel een tempel. Een ander nummer (‘Homesweet’ dat gaat over je ware thuis) eindigt zelfs met ‘Know a better home on high, When I go to freedom that is where I’ll fly’).
Maar verder zijn het nummers die gaan over het leven als het gaan van een weg, over ouder worden en vooral proberen kind te blijven. ‘Die While Living’ is een heerlijk gitaarnummer en op ‘Unremembered Dream’ deed Vanderveen me ineens denken aan Neil Young. Maar dan zijn we al in de kroeg belandt, en daar klinkt dezelfde nummers ineens anders, voller en heftiger. Het heeft allebei wel wat, de kerk én de kroeg.


