Scherder speelt in zijn vrije tijd ook viool. Nog niet zo lang en dus is hij er bescheiden over. Maar niet minder uitbundig dan over zijn vak. Muziek speelt dus een belangrijke rol in zijn leven. En daarom was het wachten op een boek waarin zijn beide passies bij elkaar kwamen. Dat boek is er nu: over de unieke samenwerking tussen muziek en de hersenen.

Ik deed als lezer gemengde ervaringen op. Het boek bestaat voor een groot deel uit leuke weetjes. Scherder weet die goed voor het voetlicht te brengen. En met hetzelfde enthousiasme dat hem zo kenmerkt op tv. Regelmatig vind je in zijn tekst uitroepen als: ‘Dat is toch geweldig!’ of ‘Daar word ik zo blij van!’ En daarin sleept hij je als lezer mee.

Maar tegelijk is het boek soms ook gortdroog. Scherder blijft natuurlijk wetenschapper. En daarom wil hij ook gedetailleerd uitleggen wat er zich precies in welk deel van de hersenen afspeelt als er sprake is van klanken, timbre, ritme, enz. In die delen raakt hij me al snel kwijt. Vooral als hij weer het volgende onderzoek of review bespreekt. Dat dan meestal ook nog eens een onduidelijke uitkomst blijkt te hebben.

Je zou kunnen zeggen dat die delen een gedetailleerd en vertraagd lezen en herlezen vergen. Een ander soort lezen dan van een populair werkje. Maar de ongelijksoortigheid van de beide kanten die Scherder wil bedienen (het populaire én wetenschappelijke), zorgde ervoor dat ik als lezer telkens ontregeld werd.

Wat mij bijblijft zijn dan ook vooral de leuke weetjes en ervaringsverhalen waarmee Scherder zijn betoog lardeert. Waarom mensen van droevige muziek houden, de invloed van muziek op de slaap, dat zingen in een koor een heel gunstig effect heeft op het welbevinden, het verhaal over de verlamde gitarist die componist werd, etc. Kortom, ik werd op prettige wijze bevestigd in wat ik al wist: muziek is goed voor je!