Later op de avond zie ik voor tv een mevrouw. Ze zit in het bestuur van een aantal scholen. Ze vertelt over de leraren die nu op afstand les geven. Via laptops. Op die laptops kunnen ze hun leerlingen zien. En hoe ze wonen. Sommige leerlingen zitten in badkamers of in kasten te werken.
Ik lees vanavond de roman 'Vader' uit de autobiografische cyclus 'Mijn strijd' van Karl Ove Knausgard. Hij beschrijft de voortdurende bangheid die hij als kind voelde voor zijn kille vader. 'Alleen al bij de gedachte aan papa, dat hij bestond, pompte de angst door mij heen.'
'Thuis' is voor de meesten van ons een veilige plek. Het is misschien lastig voor ons om deze weken binnen te moeten blijven. Maar voor sommige kinderen is 'binnen' een angstgevangenis. Ze zitten er opgesloten met een voortdurende dreiging.
'Let een beetje op elkaar', zei Rutte aan het begin van de crisis. Maar hoe let je op zulke kinderen?