Misschien kunnen hun ouders een weekje weg niet betalen. Dan komt het mooie weer goed uit. Kinderen spelen in het zand. Anderen zitten in de draaimolen. Ze schommelen. Of hangen aan de kabelbaan. De moeders (het zijn meestal moeders, vaak Marokkaanse en Turkse) houden vanaf bankjes hun kinderen in de gaten.
Het lijkt wel zomer. Maar het is geen zomer. Het is nog winter. Verontrustend. Ik denk: wat voor wereld zullen deze spelende kinderen erven? Er wordt ons deze dagen voorgehouden dat het weer nog niets zegt over het klimaat. Een uitschieter in de temperatuur hoeft nog geen illustratie van de opwarming te zijn. Maar ik vertrouw ik het niet. Het is te ongewoon.
De kinderen hebben er geen weet van. Ze spelen zorgeloos. Hun gejoel kleurt de lucht. Sommige geluiden zijn van alle tijden. Vanaf dat ik klein was, klinkt de zomer naar koerende duif, zacht geronk van een eenmotorig vliegtuigje en naar spelende kinderen. In mijn oren is het zomer. Het maakt me loom en ontspannen. Tegelijk zeurt een vage pijn in me.
Column
Zomerse geluiden
Februari. Een voorjaarszonnetje. Aangenaam weer. En het is vakantie. Niet voor mij. Het is mijn schrijfdag: artikelen, preken. Maar schoolkinderen zijn vrij. En dat is te merken. De speeltuin in het park voor ons huis is goed bezet. Ik kan het, naar rechts kijkend, vanachter mijn schrijftafel net zien.