Het grote woordenboek van Van Dale kent het woord niet. Toch weet ik precies wat het betekent. Bij de eerste zielsverlamming moet ik een jaar of zestien zijn geweest. Ik tuimelde uit een wereld gesponnen van zin een leegte in. Angstaanjagende leegte.

Ik zou het nog een aantal keren meemaken. Toen een relatie op de klippen liep. Of nog weer later toen kanselvrees me wurgde. Soms kan zielsverlamming jaren duren. Soms kortstondig. Ik herinner me een keer toen een collega me hardhandig onderuit probeerde te halen. Want ja, het gaat lang niet altijd aardig toe in het domineesland. Verbijsterend.

In mijn pastoraal werk kreeg ik er ook veel mee te maken. Breekbare mensen met PTSS, depressies, rouw, angststoornissen – het zijn de officiële labels. Maar zielsverlamming is hun deel. De mens is een kwetsbaar dingetje.

Wat zou de vertaler van Maarten ’t Hart er mee bedoel hebben? Ik vul het zelf in. Zielsverlamming is het (tijdelijk) onvermogen om te kunnen leven. Het zet je stil. Houdt je gevangen in een gevoel van extreme onveiligheid of verdriet. Het is een staat van permanente schrik of innerlijke verkramping.

Hoe ervan te genezen? Klinkt tegenstrijdig, maar er is niets anders om aan te helen dan hetzelfde leven dat jou heeft verwond. De natuur. Kunst. Andere mensen.

Ik moet denken aan de vier mannen uit het evangelie. Samen brachten zij hun verlamde vriend naar Jezus. Ze konden aanvankelijk niet bij Jezus komen vanwege de samengestroomde menigte. Maar ze maakten een gat in het dak van het huis waar Jezus was en lieten hun vriend daardoor zakken.

In dat verhaal vallen twee dingen op. Eén: Jezus zag het geloof van de vrienden, staat er. Geloof is kennelijk ook: ergens een gat in zien waar het nog niet is. Twee: Jezus vergaf de verlamde man zijn zonden. Je kunt denken: wat raar. Het ging toch om zijn lichamelijke kwaal? Maar kennelijk ging het om meer. Ik denk nu: de ziel van de man was verlamd. Hij leed aan zielsverlamming die zich lichamelijk uitte.

Wat een geluk als anderen zich bekommeren om je ziel. Ik pleit ervoor dat oude woord in ere te herstellen: zielzorg.